donderdag 29 januari 2015

Nationale Voorleesdagen: leren houden van verhalen

De Nationale Voorleesdagen draaien op volle toeren. Al meer dan tien jaar probeert men met voorleesontbijt, voorlezende BN-ers en activiteiten in bibliotheek, school en kinderopvang (jonge) kinderen de liefde voor boeken bij te brengen. Veel minder bekend is dat vrijwel tegelijkertijd  - van 17 tot en met 25 januari - de Vlaams-Nederlandse Vertelweek was. Ik heb geen idee of die timing toevallig is of niet. Feit is dat ook vertelde verhalen een goede bijdrage kunnen leveren aan leesbevordering.

Een heerlijk boek voor zowel lezers als vertellers
Nog één keer dan: vertellen is geen voorlezen
Verhalen vertellen is zo oud als de mensheid, maar tegenwoordig geen vanzelfsprekendheid. Het gebeurt regelmatig dat ik wordt aangekondigd als 'voorleesjuf', terwijl er bij mijn optreden geen boek te zien is. Ikzelf beschrijf vertellen wel eens als 'voorlezen zonder boek', al gaat het niet zo zeer om de tekst, maar om de beelden. Ik heb de plaatjes in mijn hoofd en vertel wat ik zie. Maar vertellen is meer dan dat.

Meer dan woorden en beelden
Er is bij vertellen meer ruimte voor interactie met de luisteraar en meer ruimte voor improvisatie dan bij voorlezen. Van het publiek wordt meestal een actievere luisterhouding verwacht, soms mag het zelfs meedoen, en een verteller past zijn verhaal aan als hij merkt dat het niet goed aansluit.  Een goede verteller beleeft zijn verhaal en laat dit zien in mimiek en gebaar, waardoor het publiek meevoelt en meebeleeft, sterker dan bij voorlezen. Een aantal jaar geleden beschreef ik al eens uitgebreid het verschil in energie bij vertellen en voorlezen.

Liefde voor verhalen
Ondanks alle verschillen zijn er natuurlijk ook veel overeenkomsten. Er zijn ook voorlezers die net als vertellers mimiek en stem gebruiken om personages goed neer te zetten. In voor- en vroegschoolse educatie wordt al jaren het interactief voorlezen gestimuleerd, zodat kinderen meer betrokken worden bij het verhaal (en daardoor literair vaardig worden). Er zijn mengvormen, zoals voorlezers die de tekst bij een prentenboek uit hun hoofd vertellen en vertellers die vertellen bij illustraties in een vertelkastje. Maar boven alles is het doel vaak gelijk: voorlezers én vertellers willen kinderen warm maken voor verhalen.

Vertellen als leesbevorderende activiteit
Het is daarom dus niet gek dat je tijdens de Nationale Voorleesdagen ook vertellers ziet.  Of een verhaal nou wordt voorgelezen of verteld: het maakt nieuwsgierig naar meer. Als kinderen veel plezier beleefd hebben bij het voorlezen of vertellen, willen ze vaak het verhaal nog een keer nalezen en pakken ze ook zelf het boek. En als dat boek bevalt - of toevallig niet voor handen is - misschien ook wel een ander boek uit dezelfde serie of van dezelfde schrijver. En juist dat is zo belangrijk: de motivatie om te wíllen lezen.

Ook voor oudere kinderen
De Nationale Voorleesdagen richten zich vooral op peuters en kleuters. Maar ook oudere kinderen kunnen nog wegwijzers gebruiken in boekenland. Sommige boeken worden vanzelf wel gelezen (Geronimo Stilton, Leven van een Loser), maar er zijn ook prachtige boeken die kinderen niet zo snel zelf pakken, hoe mooi ze er ook uitzien. Zoals de prachtige boeken van Simone Kramer: vlotte, lekker lezende bewerkingen van verhalen uit oudheid en middeleeuwen, met fleurige illustraties. Bij dit soort boeken kan een goede voorlezer of verteller kinderen net dat zetje geven om ze te gaan lezen. Tijdens de Nationale Voorleesdagen én daarna.