zaterdag 17 april 2010

De energie van vertellen en voorlezen

Ik ben verhalenverteller.
Dat klinkt eenvoudig, maar toch moet ik vaak uitleggen wat ik precies doe. Nee, ik ben geen schrijver: alhoewel ik ook wel eens zelf wat schrijf, gebruik ik meestal bestaaande verhalen, al dan niet aangepast. En nee, dat is niet hetzelfde als voorlezen. Ik doe het uit mijn hoofd, ja. Hoe? Dat weet ik ook niet precies: het verhaal zit gewoon in me. Ik heb het me eigen gemaakt. Soms inderdaad met veel studeren en repeteren, maar vaak gaat het ook bijna vanzelf.

In dat laatste zit de essentie: het verhaal is van mij. Ik vertel het met mijn woorden en mijn emoties. Ik beleef het opnieuw op het moment dat ik het vertel. En dat niet alleen: het publiek beleeft het verhaal met mij. De luisteraar vormt aan de hand van mijn woorden en bewegingen zijn eigen beeld, ervaart dezelfde gebeurtenissen, voelt dezelfde emoties. Het is een gezamenlijke belevenis.
Dat is wat vertellen zo mooi maakt. Dat is de grote meerwaarde van vertellen boven voorlezen: het gevoel van saamhorigheid, de energie tussen verteller en luisteraar.

Het kost me altijd veel moeite om dit duidelijk te maken aan mensen die het nog nooit hebben meegemaakt. En als het gaat om vertellen aan kinderen, haal ik er dan ook nog allerlei meer practische argumenten bij: dat er meer interactie is, dat het gemakkelijker is om het niveau aan te passen, goed voor de taalontwikkeling en zo. Maar de essentie ligt bij het intermenselijk contact: een verhaal dat mooi is voorgelezen begrijp je, maar een verhaal dat goed is verteld voel je.

Natuurlijk begrijp ik dat er, zeker in het onderwijs, niet altijd tijd is om te vertellen. Het vraagt behoorlijk wat voorbereiding en een boek is zo even gepakt om voor te lezen. Daarom is er niets mis met voorlezen: daar leren kinderen veel van - zeker als het goed voorbereid en interactief gedaan wordt - en het kan zeker ook heel gezellig zijn. Ik vind het alleen zo jammer dat voorlezen de norm is geworden en vertellen de uitzondering. Bij voorlezen ligt de nadruk meer op het verhaal, de inhoud, en minder op de communicatie en het menselijk contact.
Vertellen en voorlezen bijten elkaar echter niet. Het zijn twee verschillende technieken, die allebei een bijdrage kunnen leveren aan de taalontwikkeling en ontluikende geletterdheid van kinderen. Dat is één van de redenen dat ik in deze blog en in mijn nieuwsbrief behalve aan vertellen ook regelmatig aandacht besteed aan interessante activiteiten rondom voorlezen.

In de loop van deze week stuitte ik echter op een voorleesproject van het Spraakfonds, waarbij ik na het lezen van de doelstellingen me eens goed achter de oren krabde.
Het Spraakfonds is een organisatie in het noorden van het land, die zich inzet voor de bevordering van spraak- en taalontwikkeling van kinderen. Vanuit een achtergrond in de logopedie probeert men samen met o.a. gemeenten en onderwijs- en kinderopvanginstellingen taalachterstanden tegen te gaan. Momenteel is het Spraakfonds aan het lobbyen voor een subsidie voor een nieuw project, waarbij ouderen via een beeldtelefoon gaan voorlezen aan (al dan niet eigen klein-)kinderen. Dit moet, zoals gebruikelijk bij voorlezen, de geletterdheid van de kinderen bevorderen, maar bovendien er ook voor zorgen dat ouderen niet in een isolement raken.

Het wil er bij mij niet in. Iedereen die mij enigszins kent weet dat ik leesbevordering altijd een warm hart heb toegedragen en dat ik bovendien niet vies ben van moderne technologie. Maar bij dit project is men naar mijn idee toch iets te ver doorgeschoten. Hoe zit het met het intermenselijk contact, om het maar even zo te noemen?
Voorlezen betekent toch ook even gezellig op schoot kruipen en genieten? Dat lijkt me lastig via een beeldtelefoon. En die oudere die in een isolement dreigt te raken: is die echt gebaat bij contact via een electronisch apparaat? Zou die niet veel liever zo'n hummeltje op bezoek krijgen met een mooi voorleesboek?

Ik weet het niet. Misschien ben ik wel te sceptisch. Vooralsnog zie ik veel meer in projecten waarbij kinderopvang en verzorgingstehuis samenwerken en elkaar wederzijdse bezoekjes brengen, waarbij voorgelezen en gezongen wordt, zoals gebruikelijk was op het kinderdagverblijf van mijn eigen kinderen.
Het gaat om mensen, en die willen elkaar horen, zien en voelen. In het echt alsjeblieft. Als daarbij nog een verhaal voorgelezen of verteld wordt, is dat mooi meegenomen.

Toevoeging: Daags na het publiceren van dit artikel had ik toevallig telefonisch contact met de initiatiefneemster van dit project. Uit het (korte) gesprek bleek o.a. dat het idee met name is ontstaan doordat veel grootouders te ver weg woonden van hun kleinkinderen om ze vaak te bezoeken. Dat klinkt toch al een stuk aannemelijker als argument, en zo blijkt maar weer dat "real life" menselijke communicatie een stuk helderder is dan alleen maar online ;-)