vrijdag 16 november 2012

Vertellen voor kleuters (1): een recept

Veel (kleuter)leerkrachten vinden vertellen wel leuk, maar weten niet goed hoe ze het moeten aanpakken. Veel vertellers vinden vertellen aan jonge kinderen lastig, want ze hebben zo'n korte spanningsboog en kunnen niet overweg met een complex verhaal. Als verteller en voormalig kleuterleidster  combineer ik mijn ervaring uit beide vakken. Daarom deze keer uit de keuken van Babboes: het recept voor een eenvoudige kleutervoorstelling .

Ingrediënten
Voor een vertelling van circa 20 minuten
  • 1 eenvoudig verhaal met een duidelijke structuur
  • 1 voorwerp om naar te kijken, aan te voelen of te ruiken
  • 1 of 2 (bekende) kinderliedjes
  • een handvol bewegingen
  • flinke schep enthousiasme
  • indien beschikbaar: een muziekinstrument
Voorbereiding
Kies een verhaal dat je zelf aanspreekt en past bij de leeftijd van de kinderen. Verhalen met veel herhalingen zijn bijzonder geschikt: dat is voor jezelf gemakkelijk onthouden en het nodigt daarnaast de kinderen vanzelf uit tot meedoen.
Een verhaal voor jonge kinderen is eenvoudig met (meestal) één hoofdpersoon, die iets wil en verschillende stappen doorloopt voor hij zijn doel bereikt. Er is één enkele verhaallijn en er zijn dus geen gedachtensprongen of dingen die 'ondertussen' ergens anders gebeuren. Na één of twee keer doorlezen kun je al snel aan iemand vertellen 'waar het over gaat'.
Geschikte verhalen zijn korte (bekende) sprookjes of vind je in prentenboeken voor kleuters. Kies een verhaal dat je in ongeveer tien minuten (hardop) voorleest.

Bereiding
Stap 1
Ontleed de structuur van het verhaal. Wie en wat zie je in de beginscène? Wat gebeurt er of wat voelt de hoofdpersoon waardoor hij (al dan niet letterlijk) op pad moet? Welke stappen/scènes volgen daarna? Hoe loopt het af, wat is het eindbeeld? Zet al deze stapjes in het verhaal puntsgewijs onder elkaar met een paar steekwoorden of een tekening/schets per scène.

Stap 2
Stel jezelf de volgende vragen:
  • Is er een voorwerp dat een belangrijke rol speelt in dit verhaal? Heb je zelf zo'n voorwerp in huis? Gebruik het! Je kunt het laten zien als introductie ('weet je wat dit is?') of ter illustratie ('en dat zag er zo uit') van het verhaal. Laat de kinderen - zover het voorwerp dit toelaat - eraan voelen, ruiken, horen.
  • Komen er dingen in het verhaal voor die de kinderen niet kennen, zoals exotische dieren of gebruiksvoorwerpen van vroeger? Zorg dan voor een plaatje: dat zegt vaak meer dan een uitgebreide uitleg en is goed voor de ontwikkeling van de woordenschat.
  • Welke bewegingen voeren de personages in het verhaal uit? Welke geluiden maken ze? (Personages kunnen ook dieren of voorwerpen zijn.)  Bedenk of kinderen deze bewegingen of geluiden mee kunnen doen. Bijvoorbeeld: het blazen van de wind, het galopperen van het paard, het stampen van de reus, het draaien van het spinnewiel.
  • Zit er in het verhaal een zin, toverspreuk of rijmpje dat herhaald wordt? Of kun je dat ergens invoegen? Na een paar keer zullen kinderen het mee gaan zeggen, zeker als je even pauzeert na de eerste woorden en (indien nodig) daartoe uitnodigt.
  • Zijn er bekende kinderliedjes die passen bij het thema van het verhaal? Misschien is er een scène waar je het in kunt passen. Je kunt ook een nieuwe, passende tekst verzinnen bij een bestaande melodie, zoals 'Vader Jacob'.  Het mooist is het als je het lied in de loop van het verhaal een paar keer kunt herhalen, dan zingen de kinderen sneller mee, ook als ze het liedje niet (goed) kennen. Ondersteun het liedje met gebaren of - als je dat hebt - een muziekinstrument. Zingen onderbreekt de spanning van het aandachtig luisteren even, waarna de kinderen weer de concentratie kunnen opbrengen voor het vervolg.
 Stap 3
Vergeet de tekst uit het boek en zie in plaats daarvan de scènes uit stap 1 voor je en vertel wat je ziet en voelt. Voeg de onderdelen uit stap 2 beetje bij beetje toe en meng alles tot een vloeiend geheel. Vertel het verhaal op deze manier een paar keer hardop voor jezelf.

Opdienen
Serveer het verhaal met veel enthousiasme.
Geloof in je verhaal, zie de film van je verhaal écht voor je, en je zult de kinderen meekrijgen. Als je iets vergeet of anders doet dan gepland, geeft dat niet: de kinderen weten toch niet wat jij hebt voorbereid en genieten van het moment.
Vergeet je iets te vertellen dat belangrijk is voor de afloop van het verhaal? Voeg het dan later alsnog in. Zeg niet dat je het bent vergeten, maar laat de hoofdpersoon zich iets herinneren of gebruik een zin als "wat jullie nog niet wisten, is..."

Serveersuggesties
Zorg voor een mooi gedekte tafel, oftewel maak het anders dan anders. Een paar ideeën:
  • Kleed jezelf mooi aan. Een mooie sjaal om je schouders of een bloem in het haar is al genoeg.
  • Doe het licht uit en zet een (geur)kaarsje aan voor de sfeer.
  • Zorg voor een toetje. Het verhaal moet bij de kinderen even bezinken en ze moeten weer terugkomen naar de realiteit van alledag, dus ga niet gelijk over op de volgende activiteit. Je kunt een liedje of versje uit het verhaal nog eens herhalen of een spelletje doen waarbij je plaatjes van het verhaal in de goede volgorde laat leggen (goed voor de taal-/denkontwikkeling!) Beantwoord vragen van de kinderen als ze die hebben.
  • Begin en eindig met een ritueel. Markeer het begin en eind met een liedje of versje, het klaarzetten en opruimen van een vertelstoel, het aansteken en uitblazen van het kaarsje. Er is van alles mogelijk, kies wat bij jou en bij de kinderen past.

In de praktijk
Het bovenstaande lijkt veel werk, maar als je al een geschikt verhaal hebt valt het wel mee. De meeste kleuterverhaaltjes heb je snel in je hoofd. Het zoeken van spullen, plaatjes en liedjes kan  even tijd kosten, maar die bewaar je natuurlijk voor een volgende keer.
Volgende week zal ik laten zien hoe zo'n vertelling bij mij in praktijk uitziet, aan de hand van een verhaal dat ik afgelopen weken rond Sint Maarten vertelde.

Voor nu: vertel smakelijk!

Bron foto: FreeDigitalPhotos.net