woensdag 21 november 2012

Vertellen voor kleuters (2): een voorbeeld

Vorige week beschreef ik in een 'basisrecept' hoe je een vertelling voor kleuters kunt vormgeven. Het is geen wet van Meden en Perzen, maar beschrijft globaal hoe ik zelf te werk ga. De uitkomst is iedere keer weer anders. De ene keer gebruik ik alleen een voorwerp bij het vertellen, de andere keer werk ik met liedjes of met plaatjes en weer een andere keer met een combinatie van dit alles. Om je een beeld te geven hoe dat er in praktijk uitziet, beschrijf ik hieronder een voorstelling die ik onlangs zelf gaf.

Het verhaal
In de week voor en de week na Sint Maarten moet ik tijdens het overblijven een verhaal vertellen aan de kleutergroepen van een basisschool. Ik denk gelijk aan Het verhaal van de Lampion uit de bundel Drie bokjes, Brutaaltjes van uitgeverij Christofoor. Het is een sprookje met een mooi thema (elkaar helpen), passend bij de tijd van het jaar (lampionnen) en met een heldere opbouw. Een bewerking van het verhaal staat in het verhalenarchief op mijn site. Aangevuld met liedjes en bewegingen is het nét lang genoeg om 20 minuten mee te vullen.

We gaan beginnen...
De kinderen komen binnen uit een andere klas waar ze hebben gegeten en gaan zitten in de kring. Ik heb mijn gitaar bij me en heb in het midden van de kring een tafeltje klaargezet met daarop een mooi kleedje en een lantaarntje met een waxinelichtje.
Zodra de meeste kinderen zitten en een beetje zijn uitgerommeld, laat ik het licht uitdoen en pak de gitaar. Ik heb een vast introductieliedje, dat ik bij de kleuters altijd zing voordat ik begin:
Ga maar zitten allemaal,
Dan vertel ik een verhaal.
Mondjes dicht en open oren, 
Dan kun je me goed horen.
De lantaarn
In de pauze na het liedje steek ik het kaarsje in de lantaarn aan. De kleuters kijken ademloos toe. In die verwachtingsvolle stilte begin ik:  "Er was eens... een meisje met een lantaarn," en vertel verder hoe het meisje zo vrolijk werd van dat mooie lichtje dat ze begon te zingen. Ik zing het Sint Maartensliedje "Ik loop met mijn lantaarn". Het blijkt niet zo bekend, maar dat geeft niet, want het komt nog een paar keer terug in het verhaal. Een enkeling neuriet de eerste keer gelijk mee.
Na dit lieflijke begin waait de kaars uit - ik blaas hem ook echt uit en de kinderen schrikken op - en gaat het meisje op zoek naar iemand die haar kan helpen met aansteken. De kinderen zitten volop in het verhaal: zij willen graag dat hún kaarsje ook weer aan gaat!

Het spinnewiel
Eerst ontmoet het meisje een egel, een beer en een vos die haar niet kunnen helpen. Dan komt ze bij een huisje, waar een oude vrouw achter een spinnewiel zit. Ik sta even stil bij het spinnenwiel. Ik laat een plaatje zien en een pluk ruwe wol en vertel wat je met zo'n spinnewiel kunt doen. De wol mogen de kinderen na afloop van het verhaal voelen en ruiken.
De vrouw in het verhaal laat het wiel van haar spinnewiel snorren. De kinderen draaien met hun handen om elkaar en zingen mee: "Ozewiezewozewiezewalla".

De schoenmaker en het kind met de bal
Na de oude vrouw komt het meisje bij een schoenmaker. Met de handen (klappen en op de knieën) doen we het geluid na van het kloppen van zijn hamer. Daarna komt het meisje een kind tegen en spelen ze samen met de bal. Ik gooi een fictieve bal naar de kinderen in de kring. Ze vangen hem om de beurt en gooien hem terug naar mij.

Het hoogtepunt 
Het verhaal bereikt (letterlijk) een hoogtepunt wanneer het meisje boven op de berg in slaap valt en de zon het kaarsje in de lampion weer aantsteekt. Ik steek het kaarsje ook weer aan en een zucht van verlichting gaat door de klas.
Wanneer het meisje uit het verhaal wakker wordt, loopt ze zingend terug naar huis en we zingen nog een keer het lied "Ik loop met mijn lantaarn".  Onderweg komt ze alle personages nog een keer tegen en als ze thuiskomt, gaat ze tevreden naar bed en blaast "FFFFT, haar kaarsje uit." Ik blaas het kaarsje ook weer uit en deze keer vinden de kinderen het niet erg: het verhaal is immers afgelopen.

Afsluiten
Na afloop komen de tongen los: over spinnewielen, over lampionnen, over de gitaar thuis, of gewoon - zoals kleuters zijn - over hun nieuwe kleren of een wiebeltand. Zover de tijd het toelaat praten we na, gaat de wol de kring rond en zingen we nog één keer het liedje van de lantaarn. De kinderen die thuis hebben geluncht beginnen nu binnen te druppelen en ik sluit af met de gitaar:
Dag dag allemaal, dag dag allemaal
Het verhaal is weer voorbij.
Dag dag allemaal,  tot de volgende keer, 
Dan vertel ik jullie meer.