vrijdag 19 mei 2017

Verhalen voor meisjes

Ondanks de inspanningen van Annie M.G. Schmidt en Astrid Lindgren - en talloze schrijvers na hen - zijn stereotiepe rolpatronen helaas nog steeds gemeengoed in kinderliteratuur. Kijk maar eens naar dit filmpje op Youtube. Als ik een verhaal zoek om te vertellen, probeer ik er altijd op te letten dat meisjes niet alleen maar volgzaam en lief zijn en jongens altijd de stoere held. Maar de rolpatronen zitten er bij kinderen al vroeg ingebakken, zo ontdekte ik afgelopen week.



Anna houdt van treinen
In een groep kleuters improviseerde ik een verhaal met input van de kinderen (en een enkele worp met een StoryCube). Het verhaal ging over de vijfjarige Anna, die het liefst met treinen speelt. Als ze later groot is, wil ze machinist worden. Door tussenkomst van een toverfee is ze één dag echt machinist en ze vindt het fantastisch. Als ze de volgende dag weer gewoon Anna is, weet ze het nog zekerder: zij wordt later machinist!

Een verhaal voor meisjes?
Direct na afloop stak één van de meisjes haar vinger op: "Vertel je ons nog een verhaaltje?" Ik was verheugd, dat ze het zo leuk vond. Maar toen vulde ze haar vraag aan: "Maar dan een verhaal voor meisjes, want dit was meer een jongensverhaal." Ik kon mijn oren niet geloven. Ik sputterde tegen. Dit verhaal ging toch over een meisje? Maar de andere meisjes gaven hun klasgenoot gelijk: treinen, dat was toch écht iets wat de meeste meisjes niet leuk vinden. Ik was stomverbaasd. Het was nota bene een meisje dat had bedacht dat Anna het liefste met treinen speelde!

Meisjes roze, jongens blauw
Ik schrok ervan. Kennelijk ligt bij vier- en vijfjarigen het beeld van 'wat hoort' voor meisjes en jongens al behoorlijk vast. En dat beeld is helaas nogal traditioneel. Dat kun je wijten aan de opvoeding thuis, maar de rol van alles wat kinderen om zich heen zien -  op tv, op straat, in de winkel - is minstens zo groot. Aan de ene kant prediken we gelijke mogelijkheden voor jongens en meisjes, aan de andere kant is daar in de speelgoedwinkel of kledingwinkel niks van te zien.

Hoe dan wel?
Als juf of als verteller is je invloed op het wereldbeeld van kinderen maar beperkt, maar het minste wat je kunt doen is het stereotiepe beeld van jongens en meisjes niet nog verder bevestigen. Hoe? Door bewust te zijn van wat je vertelt en wat je laat zien. Juf Linda gaf al een paar tips op haar blog, waar je op kunt letten bij de keus van je verhaal en hoe je het gesprek met kinderen kunt aangaan.

Draai het eens om
Het fijne van vertellen is dat je het verhaal naar je hand kunt zetten. Het gemakkelijkste is om de rol van de jongens en meisjes in het verhaal om te wisselen: een stoere prinses verslaat de draak en redt daarna de doodsbenauwde prins, in plaats van andersom. Ik heb ook wel eens van iemand gehoord die Jip en Janneke van rol liet wisselen. Maar een jongen de rol van het meisje laten vervullen werkt niet altijd, zoals je in onderstaand filmpje kunt zien: het is komisch, maar laat tegelijkertijd zien hoe onzinnig het origineel eigenlijk is

Sneeuwwitje als superheld
In mijn voorstelling 'Sneeuwwitje en de kikkerprins' pak ik het daarom anders aan: Sneeuwwitje is nog steeds een beeldschone prinses, maar nadat ze door haar stiefmoeder is weggestuurd, neemt ze het heft - letterlijk - in eigen handen en beleeft avontuur na avontuur. De prins in het verhaal laat trouwens ook niet over zich heen lopen. Een traditioneel sprookje wordt zo een verhaal over eigen keuzes maken. Geen kind dat dan na afloop vraagt om een verhaal voor meisjes!