maandag 21 augustus 2017

Vertel eens een game

De zomervakantie zit er voor de meesten van ons (bijna) op. Vakantie is voor mij vooral 'leestijd'; ook deze zomer heb ik weer een fijn stapeltje boeken weg kunnen werken. Voor mijn twee zoons betekent vakantie daarentegen vooral 'veel gamen'. Verschillende interesses,  maar met meer overeenkomsten dan je denkt. Zo bleek deze zomer uit de 'verhalengame' die mijn jongste met een vriendje speelde. Ik was geïnspireerd!

 
Drakenwereld getekend door Ludo

Boeken versus beeldscherm
Hoewel je anders zou verwachten met een moeder die juf is en verhalen vertelt, zijn mijn kinderen geen lezers. Een beeldscherm kan ze daarentegen wel altijd boeien  - dat geldt waarschijnlijk voor de meesten van hun generatie. Dat wil niet zeggen dat ze niet van verhalen houden. In tegendeel: mijn jongste zoon, Ludo, is mijn trouwste fan en heeft van kleins af een fascinatie gehad voor fantasie-wezens zoals draken en elfen. Als ik daarover voorlas, smulde hij. Maar zelf lezen? Nee.

Magische aantrekkingskracht
Het zal je niet verbazen dat Ludo, inmiddels 11 jaar, gek is op fantasy-games en op Pokémon-films. Hoe magischer, hoe beter. Helaas voor hem hanteren we hier in huis een strikt beleid als het op gamen aankomt: een uur per dag en niet langer. In de vakantie zijn we wat soepeler, maar toch, een hele dag op de PlayStation, dat zit er niet in. En als je al een dik uur gegamed hebt, dan mag je daarna niet nog een uur tv kijken. Dat is best wel eens moeilijk. Want Ludo doet niets liever dan magische werelden bezoeken, monsters ontdekken, en - toegegeven, dat ook - verslaan.

Zelf verzinnen
Gelukkig heeft Ludo een geweldige oplossing voor zijn game-behoefte: zijn eigen fantasie. Als de 'beeldschermtijd' erop zit, gaat hij gewoon verder op papier.  Hij verzint zijn eigen werelden, bevolkt door de meest waanzinnige wezens en compleet met verschillende 'levels' waarin het zich ontwikkelt. Een hele stapel schriften heeft hij zo al vol getekend. En als hij de kans krijgt, vertelt hij erover in geuren en kleuren. (Dat leverde me al eens een wonderlijk gesprek met zijn leerkracht op, die door zijn verhalen geconcludeerd had dat hij thuis alleen maar achter de computer zat.)

Een game is ook een verhaal
Menig volwassene zal die liefde voor games veroordelen. Ja, het is verslavend. Maar tegelijk is het bij veel games niet zo heel anders als bij een boek of een film: je kruipt in de huid van een personage en beleeft zijn of haar avonturen. Zo ontsnap je even uit de dagelijkse sleur. Maar bij een game wordt je actiever betrokken dan bij een film of boek: je moet acties uitvoeren en beslissingen nemen. Het lijkt of jíj het verloop van de game bepaalt, maar uiteraard hebben de ontwerpers daar van tevoren goed over nagedacht. Aan de basis van de game ligt een verhaal, met een held die in een aantal stappen zijn opdracht tot een goed eind moet brengen. Zo'n verhaal is de ene keer flinterdun, maar soms ook behoorlijk complex.

De 'verhalengame'
Terug naar Ludo. In de vakantie kwam zijn beste vriend - en even grote fantast - Jesse logeren. Natuurlijk werd er gegamed. Maar er werd ook úren gespeeld en gefantaseerd. En gekletst. Tot in de nachtelijk uurtjes zelfs... De dag erop hoorde ik waarover ze kletsten: een game. Of eigenlijk praatten ze niet óver een game, het praten wás de game. De 'verhalengame' noemde Ludo het. Intuïtief hadden deze twee elfjarigen door, waar het in een goede game om draait: het verhaal en de beslissingen die de protagonist neemt.

Wat doe je?
Ik heb het spel later zelf ook met Ludo gespeeld. Hij begon met een beschrijving, die naar zijn zeggen altijd hetzelfde is: je staat in een cirkel van vuur en hebt een aantal attributen bij je (bijl, pikhouweel, zwaard, 10 munten.) Je wilt uit de cirkel komen. Wat doe je?
Ik verzon een manier om uit de cirkel te komen (met mijn bijl een weg hakken) en Ludo vertelde vervolgens wat er te zien was (een bos en een aantal huizen), waarna ik weer bedacht welke actie ik uitvoerde. Ik ging de huizen een voor een in en in elk huis kreeg ik van de bewoner (Ludo dus) meer informatie over de wereld waarin ik terecht was gekomen en wat er van me verwacht werd (een draak verslaan). Iedere keer eindigde hij met de vraag: "Wat doe je?"

Bruikbare improvisatie-oefening
Het idee mag duidelijk zijn. Het verloop van het verhaal ligt niet vast en is afhankelijk van wat de spelers bedenken. Ik was mateloos geboeid: dit is een erg leuke manier om samen een verhaal te improviseren! Ik kan me zelfs voorstellen dat je deze manier van werken kunt gebruiken met een groep kinderen, als voorbereiding voor een stelopdracht of in combinatie met een drama-activiteit. Voor sommige kinderen klinkt 'een game verzinnen' vast een stuk aantrekkelijker dan 'een verhaal verzinnen'.

Hoe loopt het af?
Een paar aandachtspunten zijn er wel. Het is belangrijk om in het begin een doel te bedenken waar het verhaal naartoe moet, een opdracht voor de speler/protagonist. Dat bepaalt namelijk wanneer het verhaal is afgelopen: als het doel is bereikt. Doe je dit niet, dan wordt het waarschijnlijk een onsamenhangend en-toen-en-toen-verhaal.
Ik heb mijn game met Ludo nog niet uitgespeeld, dus weet niet hoe het bij ons afloopt. Ik vermoed dat we ons er nog heel wat uurtjes mee kunnen vermaken - net als bij een computergame dus.