vrijdag 6 december 2013

Hoe eng mag het zijn?

Afgelopen weken moest ik twee keer vertellen voor groep 7 van de basisschool. Gezien de tijd van het jaar lag een sinterklaasverhaal voor de hand. Maar bij kinderen van een jaar of elf hoef je niet aan te komen met een verhaal over zwarte pieten en pepernootjes. Wat dan wel? Toevallig viel mijn oog op een legende over Sint Nicolaas (de echte!), waarin hij drie jongens redt van een herbergier die hen op brute wijze heeft geslacht. Genoeg ingrediënten voor een smeuïg verhaal, leek mij.

Het verhaal
Er zijn verschillende versies van de legende, maar ze bevatten altijd dezelfde elementen. Drie broers gaan samen op weg naar de stad om een vak te leren of om te studeren. Onderweg zoeken ze onderdak, maar hun gastheer blijkt niet zo erg vriendelijk. Hij berooft de jongens, vermoordt ze en stopt ze in een pekelvat. Enige tijd later komt de bisschop Nicolaas langs, ontdekt wat in het vat zit en begint te bidden. De jongens klimmen ongedeerd tevoorschijn en de moordenaar betert zijn leven (en bekeert zich tot het Christendom).

De spannende versie
Ik had het idee dat vooral de eerste helft van het verhaal mijn doelgroep zou kunnen boeien, dus die heb ik flink uitgebreid. De drie jongens kregen een eigen karakter en de herbergier kreeg een dochter die mee in het complot zat. De oudste broer krijgt een oogje op de dochter, want ook verliefdheid en zoenen is zo'n onderwerp dat er bij elfjarigen in gaat als zoete koek. De gruweldaden van de herbergier zorgen dat ze verder bij de les blijven. En oja, dan was er ook nog die miraculeuze redding door de bisschop: daar wijdt ik aan het slot natuurlijk nog een paar zinnen aan, zodat de link met het sinterklaasfeest duidelijk wordt.

Knipoog naar Roodkapje
Tijdens het voorbereiden van het verhaal hoor ik de moeder van de broers de jongens waarschuwen: "Zorg dat je op de weg blijft!" Hé, dat ken ik toch ergens van? Roodkapje! Die ging van het pad af en werd verslonden door een wolf. De drie broers gaan van de weg af en worden 'verslonden' door een brute herbergier en zijn dochter.
Ik trek de parallel nog even door. De dochter maakt een nachtelijk afspraakje met de oudste broer en ze wacht hem op in de schuur: "Trek maar aan het touwtje, dan gaat de deur vanzelf open." En wat zegt hij als hij haar ziet?  Juist: "Wat heb je mooie ogen," en "wat heb je lieve oortjes," en "wat heb je mooie lippen." We weten hoe het afloopt... alleen eet zij hem niet op, maar grijpt haar vader de jongen van achteren en maakt hem van kant. En het is geen jager die hem uiteindelijk redt, maar een bisschop.

Missie geslaagd
Met mijn Sinterklaas-en-Roodkapje-versie van het verhaal ga ik naar de school. De meiden van de klas luisteren aandachtig, en nog meer vanaf het moment dat de oudste broer op nachtelijk avontuur gaat naar de dochter van de herbergier. De jongens zitten er - zoals wel vaker - geveinsd ongeïnteresseerd bij, totdat de herbergier met zijn slagersmes zijn intrede doet. "Tof!" roept een van de jongens uit en vanaf dat moment zitten ook de heren volop in het verhaal, precies zoals ik gehoopt had.

Of was het toch te eng?
Dezelfde avond heb ik een bijeenkomst van de vertelkring in Amersfoort en besluit daar het verhaal nog een keer te vertellen. Mijn publiek bestaat deze keer alleen uit 50+ dames. Op het moment waar de jongen uit groep 7 "Tof!" riep, zie ik twee van de dames vol afschuw ineenkrimpen. Na afloop vragen ze me enigszins verbijsterd: heb je dát aan kinderen verteld?!
Ik leg uit dat bovenbouwleerlingen me regelmatig vragen naar een 'bloederig' verhaal, dat ze het juist leuk vinden. Ik verdedig me door te zeggen dat ik nooit te gedetailleerd inga op de gruwelijke details en dat ik zo'n verhaal alleen kies als het uiteindelijk ook weer goed afloopt.

In de herhaling
De week daarop is de andere groep 7 aan de beurt en de opmerkingen van mijn vertelmaatjes hebben me een beetje aan het twijfelen gebracht. Toch besluit ik hetzelfde verhaal weer te vertellen. Eén van de meisjes vraagt me vooraf of het weer zo'n bloederig verhaal als vorige keer wordt (dat was Vleerkens Vogel van Grimm) en ik antwoord van niet. Maar de twijfel knaagt.
Het gaat goed. De hele groep luistert bijzonder aandachtig. Na afloop vraag ik aan hetzelfde meisje of het verhaal niet te eng was. Enigszins verbaasd kijkt ze me aan: nee hoor, helemaal niet!

Uitdaging voor kerst
Ik ben opgelucht dat ik het kennelijk toch goed had ingeschat. Maar nu sta ik voor de volgende uitdaging. Voor groep 8 zoek ik een kerstverhaal. Eén van de jongens benaderde me en vroeg om "iets met schieten en bloed". Ik dacht het niet. Maar wat dan wel? Spanning en een beetje eng mag best, maar het moet ook passen bij kerst. Ik ben er nog niet uit. Heb je een tip, laat het me dan weten!

Afbeelding van Nicolaas die drie jongens redt uit een pekelvat, ca. 1500