donderdag 6 december 2012

Kerstverhaal in 4 akten

Tot een jaar of zeven geleden werkte ik als juf van groep 1 in Utrecht. De meeste van mijn leerlingen waren van Turkse of Marokkaanse afkomst en dus moslim, maar de school was katholiek. Het christelijke kerstverhaal was dus verplichte kost, maar hoe bied je dat allochtone vier- en vijfjarigen aan? Hun gebrekkige kennis van het Nederlands was daarbij een groter probleem dan de religieuze achtergrond. De oplossing: vertellen!

Jezus, Jozef, Maria en de rest
Naar goed katholiek gebruik stond er onder mijn kerstboom altijd een stalletje met de figuren van Jezus, Jozef en Maria. Aan het begin van mijn onderwijsloopbaan had ik veel moeite gedaan om voor een paar gulden een redelijk complete beeldenset te vinden. Dat viel nog niet mee: veel van de setjes die voor weinig geld worden aangeboden moeten het doen met één of twee koningen (huh?) of zonder engel (awww...), maar uiteindelijk ben ik geslaagd.
Op een dag kwam ik op het idee om de beeldjes uit mijn kerststal niet gelijk met de boom in één keer neer te zetten, maar in plaats daarvan iedere dag twee of drie figuren tevoorschijn te halen en het bijbehorende (stukje) verhaal te vertellen.  De beeldengroep kwam tot leven. De kinderen hingen aan mijn lippen en waren dagenlang benieuwd hoe het verder ging en wat voor mooie beeldjes er nu te voorschijn zouden komen. Het was een succes dat ik nog jarenlang herhaald heb. Hieronder beschrijf ik hoe ik ongeveer te werk ging.

Eerste akte: een verliefd stel en een engel
Op de eerste dag zet ik de beeldjes van Maria en Jozef op tafel. Ik vertel hoe ze heten (ik noemde ook altijd de voor de kinderen bekende arabische namen Youssef en Miriam), dat ze lang geleden in een ver land woonden dat nu Israël heet en dat ze verliefd zijn op elkaar. Ze gaan trouwen en wonen in een klein huisje. Jozef is timmerman, Maria zorgt voor het huisje. Maar op een nacht...
Dan komt de engel tevoorschijn die haar boodschap brengt aan Maria. De kleuters zijn iedere keer weer gefascineerd door de engel. Niet gek eigenlijk, want het past helemaal bij hun magische belevingswereld. Ze raken er niet op uitgekeken en het stenen beeldje gaat onder begeleiding van veel 'ooh' en 'aaah' voorzichtig van hand naar hand. Er wordt over gepraat en juf leert zo dat dit wezen in het Turks 'melek' heet (en in het Arabisch ongeveer hetzelfde).

Tweede akte: een zielig verhaal
De volgende dag staan Maria en Jozef weer op de tafel in de kring. Veel kinderen weten de namen nog - als het niet in het Nederlands is, dan wel in het Arabisch. Het verhaal gaat verder.
De baas van het land, keizer Augustus, wil weten hoeveel mensen er in zijn land wonen. Jozef en Maria moeten helemaal naar Bethlehem voor de telling. Auto's zijn er niet, vliegtuigen en treinen ook niet. Ze zullen moeten lopen, wel een week lang! Maar Maria krijgt bijna een baby en kan niet zo lang lopen. Daarom zit ze op een ezeltje.
En helaas... ook mijn beeldenset is niet helemaal compleet: er is geen ezel. Maar gelukkig, het gros van mijn leerlingen komt uit Marokko: ezeltjes kennen ze wel, dus ik hoef niet veel uit te leggen!
Na een lange reis volgt de bekende scène op zoek naar onderdak. De kinderen zitten nog net niet met de ogen vol tranen en slaken een zucht van opluchting wanneer Jozef en Maria na  de derde keer aankloppen in een stal (die met bijbehorende os al klaarstond) mogen logeren.

Derde akte: feest!
Wanneer de kinderen de volgende dag op school komen staan niet alleen Jozef en Maria in de stal, maar ook een derde beeldje. Het kindje is geboren!
Maria en Jozef hadden dus maar net op tijd onderdak gevonden. Ze hebben van een voerbak en stro een bedje gemaakt (het beeldje wordt nauwgezet bestudeerd) en het grote lijf van de os zorgt voor warmte in de stal.
Maar ook buiten de stal gebeurt van alles. Ik vertel hoe de engel bij de herders komt en speel dit op tafel na met de bijbehorende figuren. Aan het eind is het gezellig druk in de stal. Net als thuis, wanneer er een baby is geboren!

Vierde akte: de wijzen uit het oosten
De vierde dag komen de drie koningen aan de beurt. Die zijn - net als de engel, maar in iets mindere mate - altijd goed voor veel bewondering van de kinderen. Een likje goudverf doet wonderen en die prachtige, maar o zo moeilijke namen zijn ook erg indrukwekkend.
Ik vertel over de ster,  dat de drie wijze koningen in hun boeken hebben gelezen dat die de geboorte van een koning aankondigt en hoe ze op reis gaan (met mijn ene kameel). Van goudpapier heb ik een ster met een lange staart gemaakt, die ik ophang in de kerstboom boven de stal, waar de koningen hun geschenken geven aan het kind.
Tja, die geschenken... Goud, dat snappen de kleuters nog wel. En mirre ook, wanneer je uitlegt dat het een kruid is dat lekker ruikt en gebruikt wordt in zalf. (Mama krijgt tenslotte ook wel eens een lekker geurtje als cadeau.) Maar wierook? Geeft niks: gewoon een stokje wierook na afloop aansteken en geen kind die zich er nog druk om maakt.

Ook geschikt voor thuis
Natuurlijk is deze aanpak niet alleen geschikt voor anderstalige kleuters. Ik weet zeker dat ook Nederlandse kleuters en peuters ervan genieten en zelfs thuis kun je zo beetje bij beetje je kerststal vullen.
De figuurtjes die ik ooit voor school kocht, worden nu gerecycled met mijn eigen kinderen, al vertel ik het verhaal iets minder uitgebreid. En ook met de drie koningen gaat het anders: die zijn bij mij altijd wekenlang op reis door de kamer en komen pas op 6 januari aan bij de stal - precies zoals mijn eigen oma dat altijd deed.

[Hier zou nu eigenlijk een sfeervolle foto van mijn eigen kerststal staan, maar helaas werkte de Blogger software niet mee.]