dinsdag 20 november 2018

Geslaagd! - Tijd voor verhalen (4)

Afgelopen donderdag was het zover: de presentatie van mijn project 'Tijd voor verhalen' aan de pabo van Leiden. Daarin vertelde ik hoe mijn project in elkaar zat en wat de resultaten waren. Dit was het laatste loodje van de opleiding die ik de afgelopen jaren volgde aan de Vertelacademie. Na de presentatie mocht ik mijn certificaat en onderstaande bos bloemen ontvangen: ik ben geslaagd! De inhoud van de presentatie kun je hieronder lezen.

  

[Dit artikel is ook beschikbaar als download op de website van de Vertelacademie.]
 
Doelstelling
Ik voerde het project ‘Tijd voor verhalen’ uit als afstudeeropdracht voor de Leerroute ‘Vertellen met en voor kinderen’ van de Vertelacademie. In negen wekelijkse lessen werkte ik met kleuters aan verhalen. Mijn doel was om te onderzoeken of je met verhalen vertellen de taalontwikkeling kunt stimuleren. Daarnaast wilde ik de leerkrachten enthousiast maken voor verhalen vertellen en werkvormen aanreiken die ze zelf eenvoudig kunnen inzetten.

Opbouw programma
Van april tot en met juni 2018 bezocht ik wekelijks de drie kleutergroepen van basisschool de Kubus in Amersfoort. De kinderen werkten in die periode in de klas aan het thema ‘lente en groei’. De verhalen uit mijn project sloten hierbij aan. In elke klas gaf ik iedere week een les van ongeveer een uur. De opbouw van die les was iedere keer hetzelfde.

Handpop Clara
De les begon steeds in de klassikale kring met handpop Clara. Ze houdt heel erg van verhalen, maar is wel een beetje vergeetachtig. Iedere keer was ze het verhaal van de vorige les bijna helemaal vergeten. De kleuters hielpen haar maar wat graag en vertelden met hulp van elkaar – en soms van mij - het verhaal aan Clara. Spelenderwijs verwoordden ze zo het verhaal dat ze vorige week gehoord hadden.

Interactief verhaal
Daarna vertelde ik een nieuw verhaal van vijf tot tien minuten. Veel van de verhalen die ik gebruikte waren stapelverhalen: verhalen met een opbouw waarin veel herhalingen zitten. Die herhalingen lenen zich goed om de kinderen actief bij het verhaal te betrekken, bijvoorbeeld door een beweging die ze mee mogen doen, een versje dat ze mee op kunnen zeggen, een opsomming die steeds langer wordt en die een appel doet op hun geheugen.

Werkles
Na het verhaal sloot de groepsleerkracht de kring af en gingen de kinderen ‘aan het werk’. Tijdens een werkles verspreiden de leerlingen zich over verschillende hoeken in de klas en de gang, waar ieder groepje zijn eigen activiteit uitvoert. Eén groepje van vier of vijf kinderen ging met mij aan de slag met een activiteit die aansloot bij het zojuist gehoorde verhaal.

Speelse activiteit
Het was niet mijn doel om de kinderen het verhaal letterlijk te laten reproduceren. Ik koos voor spel of een creatieve activiteit, waarbij ze taal moesten gebruiken en spelenderwijs (fragmenten van) het verhaal konden navertellen. Bijvoorbeeld:
  • Ieder kind tekent een scène op papier. De tekeningen plakken we achter elkaar (tot een lange rol of een harmonica-boek) en door het getekende te beschrijven vertellen we het verhaal.
  • We spelen het verhaal na met concrete voorwerpen of met behulp van zelfgemaakte stokpoppetjes of geknutselde figuren. De kinderen herhalen hiermee de dialogen uit het verhaal.
  • We spelen op de iPad een scène na met poppetjes in de app PuppetPals en nemen dit op. De scènes achter eklaar geplakt vormen een filmpje van het verhaal.
  • We breiden het verhaal uit door er dingen bij te verzinnen (en die te tekenen).
Je eigen stem horen
De kleuters waren – weinig verrassend – zeer gemotiveerd voor de activiteit met de iPad. Het scherm had een magische aantrekkingskracht, maar het viel me ook op dat ze het erg interessant vonden om zichzelf te horen praten. Sommige kleuters waren niet tevreden over het resultaat en wilden het overdoen. Ze luisterden dus best kritisch naar hun eigen taalproductie! Daarom heb ik later ook andere activiteiten opgenomen, zoals het spelen met stokpoppetjes. Met tablet of smartphone is een filmpje maken niet moeilijk.

Gezamenlijk afsluiten
Na afloop van de werkles liet ik in de kring zien wat ik met het groepje had gedaan. Tekeningen, knutsels of foto’s die we hadden gemaakt, plakte ik in een ‘verhalenboek’ met blanco pagina’s. In de loop van het project werd het boek steeds voller. De kinderen konden zo met behulp van het boek de vertelde verhalen nog een keer ‘nalezen’.

Verhalenboek
Een nadeel van het verhalenboek was dat ik na iedere les een ‘product’ moest hebben dat ik erin kon plakken. Achteraf gezien was de beschikbare tijd daarvoor eigenlijk te krap. Als ik een dergelijk project nog een keer zou uitvoeren, zou ik het boek daarom achterwege laten.
Maar als ik groepsleerkracht zou zijn, met meer dan een uurtje per week tot mijn beschikking, zou ik het zeker wel gebruiken! Je kunt dan bijvoorbeeld een week lang aan een verhaal werken en aan het eind nog iets maken voor in het boek. Je draagt daarmee bij aan de ontluikende geletterdheid.

Betrokkenheid
De leerlingen waren tijdens het hele project enorm betrokken, zowel bij het klassikale vertellen als bij de activiteiten in de groepjes. Dit beeld werd bevestigd door een vragenlijst die ik door de leerkrachten heb laten invullen. Daarin vergeleken ze voor een vijftal leerlingen de betrokkenheid bij kringactiviteiten (algemeen), voorlezen en vertellen. Meer dan de helft van de leerlingen deed bij het vertellen duidelijk meer betrokken mee. Die uitkomst is hoopgevend, als je ervan uitgaat dat betrokkenheid een voorwaarde is voor leren.

Taalontwikkeling
Op de vraag of door mijn project de taalontwikkeling bevorderd en, meer specifiek, de woordenschat verbeterd is, kan ik niet echt antwoord geven. De leerkrachten gaven in de vragenlijst aan dat de meeste kinderen wel iets vooruit gegaan waren, maar je moet je afvragen in hoeverre dit door het vertellen kwam. Daarvoor zou een langer onderzoek nodig zijn, met een andere opzet (met een meting van de woordenschat en een controlegroep.)

Leerkrachten positief
De groepsleerkrachten verwachtten naar aanleiding van wat ze tot nu toe gezien hadden een positief effect op de taalontwikkeling en uitten de wens voor een vervolgproject. Ze waren ook erg enthousiast over de gebruikte werkvormen en vroegen regelmatig om aanvullende informatie (waar vind je verhalen, hoe maak je zo’n filmpje, et cetera). Die informatie heb ik via mijn blog met ze gedeeld. Als ik liedjes of versjes bij mijn verhaal had gebruikt, had ik daarvan altijd een kopietje voor hen bij me.

Observaties
Hoewel er dus geen meetbare resultaten waren, deden zich vaak situaties voor die hoopvol stemmen. Zowel leerkrachten als ik werden positief verrast door leerlingen. Een paar voorbeelden:
  • Leerlingen gebruiken tijdens de vervolgactiviteit woorden uit het verhaal, die niet tot de gemiddelde woordenschat van kleuters behoren, zoals ‘schuilen’ of ‘vaarwel’.
  • Leerlingen die normaal weinig durven te zeggen, zijn wel gemotiveerd om te spreken bij het werken met PuppetPals.
  • Een leerling uit het AZC waarvan de leerkracht zich ernstig zorgen maakt over de taalontwikkeling, laat zien dat ze de clou van een verhaal begrepen heeft.
  • Een kind waarvan net bekend is dat hij een extreem laag IQ heeft, vertelt met poppen in zijn eentje het hele verhaal na.
  • Leerlingen vertellen spontaan (delen van) een verhaal na buiten de geleide activiteiten.
Conclusie
Mijn vermoeden dat verhalen vertellen voor ontwikkeling van de woordenschat en de mondelinge spreekvaardigheid ‘werkt’ is versterkt. Observaties van mij en van de groepsleerkrachten bevestigen het beeld, maar voor zekerheid is verder onderzoek noodzakelijk.

Meer vragen 
Tijdens het project rezen ook nieuwe vragen. Kan de inrichting van een verhalentafel waarin kinderen zelfstandig kunnen werken de taal verder stimuleren? In hoeverre kunnen kleuters individueel een verhaal in goede volgorde navertellen? (Bij mijn project was het een groepsproces waarbij ze elkaar aanvulden.) Kortom, er is nog veel de moeite waard om te onderzoeken als het gaat om het gebruik van vertelde verhalen in de kleuterklas. Het is tijd om nog meer te gaan vertellen!