vrijdag 2 februari 2018

Kinderen kunnen zich niet (meer) concentreren... of toch wel?

Klagen over 'de jeugd van tegenwoordig' is van alle tijden. We klagen dat ze niet luisteren en niet kunnen stilzitten. Dat ze snel afgeleid zijn als het aanbod niet snel en flitsend genoeg is. Zich concentreren op één ding? Ho, maar.
Maar misschien zijn we dat wel zelf schuld. Misschien geven wij, volwassenen, ze wel te weinig de gelegenheid om zich te (leren) concentreren. Ik geef daarvan een paar ontluisterende voorbeelden uit de praktijk.


Je kunt beter een filmpje opzetten...
Begin januari viel ik als leerkracht in bij een kleutergroep. We hadden een continurooster, wat betekent dat je met de kinderen luncht en niet echt pauze hebt. Na onze boterhammen pakte ik mijn voorleesboek. De aanwezige pabo-student, die de groep goed kende, keek me geschrokken aan: "Daar hebben ze nu echt de concentratie niet meer voor, hoor! Je kunt beter een filmpje opzetten op het digibord, dat zijn ze zo gewend na de lunch."
Ik wilde het niet geloven en ging gewoon voorlezen uit Bij Uil thuis van Arnold Lobel (klasssieker!) Na elke bladzijde liet ik het plaatje zien en... dertig kleuters hebben genoten.

Nee, niet doen!
Dat voorlezen was maar tien minuten. In de kerstvakantie gaf ik bij een BSO mijn voorstelling Sneeuwwitje en de kikkerprins: duur 35-40 minuten.  Een jongetje met een geknutselde kroon luisterde het hele halve uur ademloos. Hij leefde zo mee met het verhaal dat hij op een gegeven moment de prins in het verhaal begon toe te roepen: "Nee, niet doen!"
Achteraf had ik het daarover met de begeleider en vernam ik dat hij helemaal niet verwacht had dat dit kind zo goed zou luisteren: normaal was het een druktemaker.

Ik zet hem wel voor de computer... 
Het is niet voor het eerst dat ik zoiets hoor. Een aantal jaar geleden kwam ik bij een BSO vertellen aan iets oudere kinderen. Toen ik binnenkwam stuiterde een jongetje door de ruimte. De BSO-medewerker bood aan hem voor de computer te zetten tijdens mijn voorstelling, zodat ik er geen last van had. Nee hoor, hoeft niet. Ook dit jochie luisterde de hele voorstelling aandachtig.

Schijnbare rust
Het kan dus wel: stilzitten en luisteren. Ook als ze moe en druk zijn. Júist als ze moe en druk zijn. Even zonder prikkels van flitsende beelden en hard geluid. Want als ze aandachtig een filmpje kijken, zijn kinderen misschien wel stil, maar dit is schijnbare rust. Het is een passieve bezigheid waarbij ze zelf weinig hoeven te doen. Ze consumeren beeld en geluid: indrukken die daarna verwerkt moeten worden en niet zelden na afloop leiden tot een explosie van activiteit. En wij, volwassenen, verzuchten dan: "Tjonge wat zijn ze druk."

Innerlijke wereld
En dan nog iets. Als je tijdens het voorlezen alleen de stem van je juf of meester hoort, moet je zelf in je hoofd de plaatjes bij het verhaal maken. Je moet je verbeelding gebruiken. Je schept je eigen innerlijke wereld. Je hersenen moeten op dat moment hard werken, maar gek genoeg werkt dat ook ontspannend. Bovendien is het een vaardigheid waar je op andere momenten ook iets aan hebt, bijvoorbeeld als je iets moet bedenken voor een schoolopdracht. Handig dus!

Verhalen voor ADHDers
Door ervaringen zoals de hierboven genoemde, heb ik het gevoel dat juist de kinderen waar 'iets' mee is, zoals al die kinderen met een ADHD-label, extra genieten van een goed voorgelezen of verteld verhaal. Het doet kennelijk een appel op vaardigheden die ze wél beheersen, terwijl ze het op andere momenten zo vaak 'fout' doen. Ik ben eigenlijk benieuwd of daar al eens een keer iets van onderzocht is.

Interactief is goed
Ik schrijf in de alinea hierboven bewust 'goed' voorgelezen of verteld. Met goed bedoel ik interactief: een voorlezer of verteller die in de gaten houdt of iedereen het verhaal volgt, die dingen toelicht en vragen stelt om kinderen mee te laten denken. Dan weet je zeker dat ze het verhaal voor zich zien en meebeleven. Een digi-prentenboek kan dit niet! *) Je zult dus zelf aan de bak moeten om te zien dat ze zich kunnen concentreren en die pauze neem je maar als de kinderen naar huis zijn.


*) Reden dat ik dit noem: onlangs zag ik op Facebook een pabo-student die het niet nodig vond om zichzelf te verdiepen in jeugdliteratuur, omdat je toch ook een digi-prentenboek aan kunt zetten. Niet dus.