zaterdag 14 oktober 2017

Kamishibai, het japanse vertelkastje

Sinds een jaar of twintig is het vertelkastje - of kamishibai - bezig met een opmars in Nederlandse scholen, bibliotheken en kinderdagverblijven. Ik ben zelf een grote fan van het vertellen met een vertelkastje. De komende weken zal ik in een serie blogartikelen meer vertellen over de oorsprong van kamishibai, uitleggen waarom het zo geweldig werkt en tips geven voor de aanschaf van kastje en vertelplaten. In dit eerste artikel lees je hoe het vertelkastje is ontstaan en hoe het werkt.

Moderne Japanse kamishibai verteller. Foto: aki.sato via Wikimedia Commons/Flickr
Wat is een vertelkastje?
Een vertelkastje bestaat uit een houten frame met deurtjes, dat enigszins doet denken aan een klein model poppenkast. In het frame kun je platen van A3-formaat plaatsen. Als je de deurtjes opent, zie je de afbeelding op de voorste plaat. Door de open achterkant van het kastje kun je de tekst achterop de platen voorlezen (of gebruiken om te spieken als je uit je hoofd vertelt).

Japanse oorsprong
Het vertelkastje komt uit Japan; kamishibai betekent in het Japans papieren theater. Er wordt vaak gedacht dat het een eeuwenoude traditie is, maar dit is slechts gedeeltelijk waar. Japan heeft inderdaad een rijke historie als het gaat om afbeeldingen die een verhaal vertellen: van twaalfde eeuwse beschilderde papierrollen tot negentiende eeuws poppenspel met papieren poppen. Het ontstaan van de kamishibai eind jaren 20, begin jaren 30 was in die ontwikkeling een logisch vervolg. *)

Verhaal als verkooptruc
De jaren 30 van de vorige eeuw waren ook in Japan een tijd van economische crisis en velen probeerden wat te verdienen als straatventer. Verkopers hadden achterop hun fiets een kastje vol snoepgoed en trokken daarmee van straathoek naar straathoek. Om cliëntèle te trekken, maakten ze kleurige platen waarbij ze een verhaal vertelden. Luisteraars, meestal kinderen, moesten eerst wat kopen, daarna begon het verhaal pas. Kinderen die iets gekocht hadden mochten op de eerste rij staan of zitten. Op het spannendste moment stopte de verteller - volgende keer meer! - en verzekerde zich er zo van dat zijn publiek terugkwam.

Verhalenindustrie
Kamishibai was van circa 1930 tot 1950 razend populair. In Tokyo waren honderden 'gato kamishibaiya' (vertellers) actief en er ontstond een complete industrie van tekenaars die voor de dagelijkse aanvoer zorgden van nieuwe episodes voor de vervolgverhalen. Een verhaal bestond meestal uit tien tot twaalf platen en die werden met de hand gemaakt!
De betere tekenaars maakten bij de vormgegeving van vertelplaten gebruik van technieken uit de filmindustrie om facetten in het verhaal te benadrukken, zoals close-ups en wisseling van perspectief.

Hoe werkt het
Zo'n stapeltje platen van een verhaal gaat in één keer in het kastje. De kamishibaiya vertelt op theatrale wijze de scène die zichtbaar is. Als de scène is afgelopen schuift hij de kaart uit het frame (in Japan van rechts naar links, bij ons meestal van links naar rechts) en plaatst hem achterin terug in het kastje. Door de manier van schuiven kan hij extra dramatisch effect toevoegen: bevend, met een zwaai, heel langzaam, enzovoort. De combinatie van afbeelding, verteller en beweging maken van het verhaal een geheel.

Van straathoek naar klaslokaal
Toen in de jaren 50 de tv zijn intrede deed, was het helaas afgelopen voor de straathoekvertellers. (De tv werd in de volksmond zelfs 'electrische kamishibai' genoemd!) Getekende vervolgverhalen bleven in Japan echter populair: tot op de dag van vandaag kun je ze kopen in de vorm van manga (stripboekjes).
De kamishibai had als entertainment afgedaan, maar in de tweede wereldoorlog had het vertelkastje zijn waarde al bewezen voor een heel ander doel: voorlichting (of in dit geval: propaganda). Vanaf de jaren 50 werd de kamishibai daarom gebruikt in het Japanse onderwijs en van daaruit heeft het zijn weg naar de rest van de wereld gevonden.

Magisch effect
Voor gebruik in de klas is het vertelkastje perfect. De vorm van het kastje richt de aandacht op de afbeelding, waardoor de concentratie groot is. Helemaal als je van het openen van de deurtjes een ritueel maakt waar je de leerlingen bij betrekt. Ik heb mezelf in het begin verbaasd over het bijna magische effect!
Daarnaast zijn vertelplaten door hun grote formaat geschikter voor gebruik in een klas dan een prentenboek. Details zijn beter zichtbaar en je hoeft niet steeds je boek om te draaien om verder te lezen.

Ben je door het lezen van dit artikel enthousiast geworden? In mijn volgende blog zal ik beschrijven  hoe je aan een vertelkastje komt en waar je op moet letten.


*) 
Het boek Manga Kamishibai. The art of Japanese paper theater van Erik P. Nash beschrijft de ontwikkeling van Japanse beeldverhaalcultuur door de jaren heen, met de nadruk op kamishibai. Met heel veel full colour afbeeldingen van oude kamishibaiplaten. ISBN 978-0-8109-5303-1