zaterdag 5 maart 2016

Vertellen versus voorlezen

Een paar weken geleden gaf ik een workshop vertellen voor vrijwilligers van de Voorleesexpress. Dat klinkt een beetje tegenstrijdig, want voorlezen doe je met een boek en vertellen normaliter juist niet. Maar ik denk dat de twee activiteiten elkaar juist kunnen versterken. Hieronder vind je mijn argumenten waarom. De deelnemers van de workshop heb ik overtuigd en gingen vol inspiratie naar huis. Ik hoop dat jij ook vaker gaat vertellen nadat je dit hebt gelezen!


Overeenkomsten tussen vertellen en voorlezen
Voorlezen en vertellen hebben veel met elkaar gemeen, waardoor je met beide activiteiten aan dezelfde doelstellingen kunt werken:
  • Bij zowel voorlezen als vertellen ben je bezig met verhalen: kinderen worden zo bewust van de opbouw van verhalen en daardoor stimuleer je de literaire ontwikkeling. Doordat ze woorden horen in een context, stimuleer je ook de woordenschat.
  • Bij zowel voorlezen als vertellen gebruik je stem en mimiek om het verhaal te verlevendigen. Door gericht vragen te stellen laat je kinderen meedenken met de personages. Zowel voorlezen als vertellen bevorderen de sociaal-emotionele ontwikkeling en dan met name het inlevingsvermogen.
  • Zowel van voorlezen als vertellen kun je een heel ritueel maken. Het is een gezellig moment samen en dat schept een band.
Verschillen tussen vertellen en voorlezen
Bij het voorlezen uit een boek bieden plaatjes ondersteuning om de tekst te begrijpen en kun je nog eens terugbladeren in het verhaal. Bij een verteld verhaal doe je meer een beroep op luisterhouding en auditief geheugen en dat kan lastig zijn voor met name taalzwakke kinderen. Maar vertellen heeft ook zijn voordelen:
  • Bij vertellen heb je je handen vrij (geen boek), waardoor het gemakkelijker is om te werken met gebaren, beweging en poppen of andere attributen.
  • Bij voorlezen bestaat het verhaal al en is het iedere keer als je het leest hetzelfde, bij vertellen kan het verhaal ook ter plekke ontstaan: helemaal nieuw of een variant op een bestaand verhaal
  • Bij vertellen kun je, meer dan bij voorlezen, oogcontact houden met je toehoorder(s), omdat je niet in een boek hoeft te kijken. Je hebt daardoor ook meer ruimte voor interactie.
  • Bij vertellen ben je niet afhankelijk van boekenuitgevers: je kunt verhalen uit een andere taal navertellen of een boek dat eigenlijk te moeilijk is in eenvoudige woorden navertellen.
Redenen om naast voorlezen ook te vertellen
  • Voor de variatie: vertellen als afwisseling tussen (prenten)boeken, versjes, spelletjes, etcetera.
  • Door het gebruik van attributen in combinatie met herhalingen in het verhaal kun je kinderen uitlokken om zelf (mee) te vertellen - bijvoorbeeld door het meezeggen van zich herhalende dialoogteksten.
  • Je laat (laaggeletterde) ouders zien dat je niet alleen met boeken de taal kunt stimuleren.
  • Emancipatie van kinderen uit een andere cultuur: door ook hĂșn verhalen te vertellen, toon je waardering voor wie ze zijn. Je vindt geschikte verhalen online of in buitenlandse publicaties.
  • Kinderen die negatief opvallen qua luisterhouding en gedrag, luisteren vaak ademloos naar een verteller. Ze vinden het magisch.