maandag 24 november 2014

Meertalig vertellen

Twee weken geleden was ik in Bremen voor het Festival Feuerspuren. Dat is een bijzonder, meertalig vertelfestival dat plaatsvindt in Gröpelingen, een multiculturele buitenwijk van Bremen. Ik hoorde verhalen in het Duits, Frans en Italiaans, en ik begreep alles. Zelf vertelde ik samen met Petra van Oudenaarde aan het Duitse publiek een verhaal in het Nederlands. En ook onze toehoorders begrepen alles. Het was verrassend om te zien hoe een goed verteld verhaal luisteraars in een andere taal kan meenemen.

Lantaarn tijdens Feuerspuren (foto: Petra van Oudenaarde)
Nacht des Erzählens
Het festival begon met "Die lange Nacht des Erzählens": een avondvullend programma van professionele vertellers uit binnen- en buitenland, waarbij we gelijk kennis maakten met het meertalige karakter van het festival. Op het programma stonden twee vertellers uit Ivoorkust, een Duitse (Julia Klein), de van oorsprong Duitse Tormenta Jobarteh die in Gambia is opgeleid tot 'griot" (muzikant/verteller) en een Italiaanse.

Eén verhaal, drie talen
Als opening vertelden alle vertellers samen een eenvoudig dierenverhaal, ondersteund door afbeeldingen van de betreffende dieren. Julia Klein begon in voertaal Duits te vertellen over een muis die voor niets en niemand bang was, behalve voor... de kat. Toen nam de Italiaanse Maria Carmela het over in haar eigen taal en vertelde over die kat, die voor niets en niemand bang was, behalve voor... de hond, die vervolgens in het Frans werd beschreven door een van de Ivorianen. Door de herhaling van vrijwel dezelfde beschrijving en door gebaar en mimiek van de vertellers, was het hele verhaal prima te volgen.

Begrijpen door herhaling
De Italiaanse vertelster Maria Carmela Marinelli gebruikte die zelfde techniek - herhalen in een andere taal - ook binnen haar eigen verhaal. Zo beschreef ze bijvoorbeeld een reis door een landschap de eerste keer met gebaren en met Duitse bewoordingen. Toen een vergelijkbare reis later in het verhaal terugkwam, maakte ze dezelfde bewegingen, maar sprak Italiaans: we begrepen het gelijk.

Begrijpen door vertaling en mimiek
De twee vertellers uit Ivoorkust (Taxi Conteur, alias Adama Adepoju,  en Dieu-Donné Alexandre Kouassi n'Zi) hadden een heel andere aanpak. Zij stonden samen op het toneel. De één vertelde het verhaal in het Frans, met veel gebruik van gebaren en mimiek, en de ander vertaalde dit na elke paar zinnen in het Duits. Door de Duitse ondersteuning, maar ook door de herhalingen en de mimiek, begrepen we de Franse zinnen vaak al voordat de vertaling volgde.

Begrijpen door interactie
Het meest opvallend bij het optreden van de twee Afrikaanse vertellers was echter de interactie met het publiek. We moesten actief meedoen. Zo vertelden ze o.a. een variant van Luisje en Vlootje. In dit stapelverhaal worden de opeenvolgende gebeurtenissen bij iedere scène herhaald. De reeks van herhalingen wordt dus steeds langer. Het publiek werd aangemoedigd deze langer wordende reeks iedere keer in het Frans (!) mee te zeggen. Door de herhaling en door de ritmische wijze van spreken van de verteller maakte je je de Franse woorden als vanzelf eigen. Het was bovendien erg leuk om te doen.

Niet verstaan maar toch begrijpen
Soms kon je een stuk van een verhaal niet letterlijk verstaan, maar was dat toch geen belemmering. Maria Carmela vertelde over een kind dat bang was in het donker en dat zijn moeder riep. De moeder sprak vervolgens haar kind toe in het Italiaans; iedereen kan wel raden wat een moeder in zo'n situatie zegt.
Een ander voorbeeld was het slotverhaal: een raamvertelling over een kind dat niet kan slapen. Alle vertellers vertelden "een verhaaltje voor het slapen gaan" in hun eigen taal. Ik heb niet alle verhaaltjes begrepen, maar de intentie was duidelijk en dat was genoeg.

Hollandse verhalen in een Duitse fietsenwinkel
De tweede dag van het festival was er vanaf drie uur 's middags een groot vertelfeest in de winkelstraat die de wijk Gröpelingen doorkruist. Op straat stonden kraampjes met eten en drinken uit allerlei landen. Overal hingen lampionnen en op gezette tijden waren er shows van jongleurs met vuur. Daarnaast werd er op heel veel plekken verteld: op straat, in een bus, in de moskee, in de wasserette en - door Petra en mij -  in de fietsenwinkel.

Sie verstehen Niederländisch!
Wij vertelden ons verhaal vrijwel volledig in het Nederlands. Bij aanvang was een deel van het publiek huiverig of ze het wel zouden verstaan. Maar dankzij vergelijkbare technieken als van de vertellers hierboven kwam het goed: we beeldden veel uit en toonden de emoties van de personages, we herhaalden veel en een paar sleutelwoorden vertaalden we in het Duits. Daarnaast maakten we gebruik van de verwantschap tussen het Nederlands en Duits: sommige woorden klinken bijna hetzelfde in beide talen en daar kun je bij je woordkeuze op letten. Voor veel mensen in het publiek was de verrassing groot toen het verhaal was afgelopen en ze alles hadden begrepen.

Een vonk is overgesprongen
Ik denk met plezier terug aan alle vertelfestivals waar ik wel eens ben geweest, maar Feuerspuren laat ook op een andere manier zijn sporen na. Het heeft me laten zien hoe je verhalen vertellen kunt gebruiken in combinatie met een vreemde taal. Veel van de bovengenoemde technieken zou je bewust kunnen inzetten bij het onderwijs in vreemde talen of Nederlands als tweede taal. De vonk is overgesprongen en dit vuurtje wil ik graag branden houden. Ik houd je op de hoogte!