vrijdag 10 november 2017

Een boekje open over verhalen vertellen

Een jaar geleden vroeg Raymond den Boestert, directeur van de Vertelacademie, of ik in de redactie wilde van een boek dat hij wilde maken. Ik zei ja, en vorige week was ik bij de feestelijke presentatie van Vertel! een boekje open over verhalen vertellen.
Meer dan zestig auteurs werkten mee en leverden artikelen aan waarin ze beschrijven hoe zij in hun vakgebied werken met verhalen. Hoe zo'n boek tot stand komt, vertelden we tijdens de boekpresentatie. Het is een heel verhaal; hieronder kun je het lezen.

De eindredactie van Vertel! tijdens de presentatie: v.l.n.r. Petra van Oudenaarde, Raymond den Boestert en Melanie Plag (foto: Ernst Weerstra van Het Verteltheater)
Expositie *)
Er was eens… een groep pionierende vertellers die vertelworkshops gaf. Omdat er vraag was naar meer, ontwikkelden ze een meerjarige opleiding en zo werd de Vertelacademie geboren. Honderden mensen leerden er vertellen. Mensen uit alle hoeken van het land en uit alle geledingen van de samenleving: leraren, managers, zorgverleners, grootouders, pastoraal werkers, marketeers, juristen, coaches. Iedereen was gegrepen door de kracht van het vertelde verhaal en het gebruik ervan in werk of hobby.

Motorisch moment
De tijd vloog voorbij en de Vertelacademie bestond al bijna tien jaar. Op een dag mijmerde directeur Raymond den Boestert over al die verschillende mensen die hij het afgelopen decennium had ontmoet - studenten, docenten, samenwerkingspartners - en die allemaal  op hun eigen manier met vertellen bezig waren. “Bij een verjaardag hoort een cadeautje,” dacht hij, “en een boek waarin we dat brede palet van kennis en ervaring bundelen, zou een prachtig geschenk zijn.”
Hij vroeg Paul Groos, Janny Cok, Rutger Smabers, Melanie Plag en Petra van Oudenaarde om een redactie te vormen. Het doel was helder: voor het eind van het jubileumjaar moest het boek klaar zijn.

Op weg naar de Climax 
De richting werd bepaald: welke onderwerpen moesten er in het boek komen en welke schrijvers? Een hele avond stoeiden we met flappen en geeltjes op de vloer om zicht te krijgen op de vele mogelijkheden. Maar uiteindelijk stonden alle neuzen naar dezelfde kant.

Taken werden verdeeld en auteurs werden uitgenodigd om een artikel te schrijven. Terwijl de eerste stukken binnenkwamen maakte Rutger plek voor Nathalie Kazdal, een ervaren tekstredacteur, dus grote aanwinst voor de redactie. In de verte schemerde al het uitzicht op een prachtig boek. Maar we waren er nog niet… als verhalenvertellers hadden we kunnen weten dat er eerst nog wat hindernissen te overwinnen waren, voordat we bij het happy end zouden aankomen.

De eerste hindernis diende zich al snel aan: de maximale lengte van de artikelen. Vertellers houden van woorden en gebruiken er graag veel. Heel veel. Wat een oerwoud! De redactie worstelde zich er doorheen en kapte, zaagde, ondersteunde, begeleidde en snoeide totdat alles in keurig aangeharkte stukjes van twee pagina’s paste.

We waren nu goed op weg, maar de volgende puzzel diende zich aan: welk stukje moest waar? Hoeveel pagina’s hadden we eigenlijk nodig? Telt die blanco pagina voor de kaft nu wel of niet mee? Oneven zit toch links? O nee, rechts! Waar willen we de illustraties van Ingrid Hagenaars? De eindredactie bestaande uit Petra, Melanie en Raymond brak zich het hoofd over deze en nog veel meer vragen.

Gelukkig zit er ook in dit verhaal een helper onderweg. Zijn naam is Jaco Kroon, grafisch vormgever van beroep. Hij wees de weg in de doolhof van vormgeving en zo kwamen alle paginanummers op hun plek.
Ondertussen moesten er knopen doorgehakt worden. Op wat voor papier wordt het boek gedrukt? Hoe ziet gelamineerd eruit? Hoe groot wordt de oplage? Hoe kom je aan een uitgevers-prefix? Een ISBN-nummer? En wat is nou weer een nur-code? Staat alles in de colofon?
Tot diep in de nacht werd er doorgewerkt om alles op tijd bij Jaco aan te leveren. Ineens was er een blanco pagina over! Hoe kon dat nou weer?

Het kwam goed en we waren klaar voor de laatste hobbel [dubbele punt] de correctie [punt] [hoofdletter] Met hulp van Jaco, die onvermoeibaar verder knokte, sloegen we ons ook door de twee correctierondes heen. Ondertussen druppelden op de valreep de laatste foto’s binnen en op 15 september was alles compleet. De digitale versie van het boek ging naar de drukker. De eindstreep was gehaald!

Afloop
Een maand later rinkelde bij Raymond thuis de telefoon. Een man met een zwaar accent vertelde in gebrekkig Engels dat hij onderweg was met een vracht dozen: een dag vroeger dan gepland! Raymond sprong op de fiets en reed in recordtijd naar het kantoor van de Vertelacademie in de Berenkuil, waar een busje met werkstudent uit Oekraïne voor de deur stond te wachten. Raymond nam, met bezweet overhemd en een brok in zijn keel, de vijftig dozen in ontvangst.

Eindbeeld
Sinds vorige week mag iedereen de inhoud van de dozen zien; het boek gaat de wereld in. De redactie heeft tijdens het samenstellen genoten van de diversiteit aan artikelen. Ze gaan allemaal over verhalen vertellen, maar in ieder artikel klinkt de stem van de auteur door. Hieronder zie je een paar voorbeelden. Nieuwsgierig geworden? Je kunt het boek voor €19,95 (excl. verzendkosten) bestellen bij de Vertelacademie of (op afspraak) bij mij in Amersfoort ophalen.

TIP: Volg ook de Facebookpagina Vertel! Daar plaatsen we vanaf nu regelmatig berichten als aanvulling op het boek.

Met de klok mee: cover, Melanie Plag over vertellen aan kleuters, Theo Hendrix over corporate storytelling, Eric Borrias over rekwisieten en decor

*) 'Expositie', 'motorisch moment', 'climax', 'afloop' en 'eindbeeld' zijn stappen voor de opbouw van een verhaal volgens Aristoteles (in aangepaste vorm). Iedereen die een cursus vertellen heeft gevolgd bij de Vertelacademie, of elders, zou ze moeten kennen.