donderdag 2 april 2015

Ode aan de camelia

Een paar weken geleden las ik een Japans volksverhaal over een witte camelia. Toevallig is de camelia een van mijn favoriete planten. Ik heb een jonge struik meeverhuisd vanuit mijn vorige tuin en inmiddels reikt die tot de dakrand van de schuur.
De meeste camelia's zijn rood/roze, maar de mijne heeft witte bloemen - net als de plant in bovengenoemd verhaal. Eind februari gaan de eerste knoppen al open en tot ver in april is de camelia getooid met een massa crème-witte bloemen, zo groot als rozen. Een opvallende struik dus, waar ik best een beetje trots op ben. Daarom heb ik het verhaal vertaald. Als ode aan mijn witte camelia, die momenteel weer prachtig bloeit.


De man die een droom kocht
Lang geleden leefden er eens twee handelaars. Ze gingen samen op pad om hun spullen aan de man te brengen. Na een lange dag reizen kwamen ze bij een plek die leek op het strand van Teradomari. Ze waren moe van het lopen en besloten hier te stoppen en uit te rusten.

"Ik ben doodmoe," zuchtte de oudste van de twee.
"Als je even een dutje wilt doen, dan ga je gang maar," zei de ander en het duurde niet lang voordat de oudste luid lag te snurken. "Tjonge, die valt snel in slaap," zei de jongste en keek verveeld toe hoe de ander lag te slapen. Toen zag hij hoe een steekvlieg uit de neus van de oude tevoorschijn kwam en wegvloog in de richting van het eiland Sado. "Dat is vreemd," dacht hij. Even later kwam de steekvlieg terug, kroop in de neus van de slapende man en verdween.

Kort daarop werd de oude man wakker. "Ik heb heel raar gedroomd," zei hij.
"Wat voor droom was het?" vroeg zijn compagnon.
"Nou, ik droomde dat er een choja (rijke landbezitter) leefde op Sado. In zijn tuin stond een witte cameliaboom, vol met bloesem. Een steekvlieg vloog omhoog vanaf de wortel van de boom en vertelde me dat ik op die plek moest graven. Dat deed ik en ik vond er een pot vol goud. Dat droomde ik."

De jonge man had begerig naar de droom geluisterd en zei toen: "Wil je me je droom verkopen?"
"Wat?!" riep de ander. "Hoe kun je nou een droom kopen?"
"Ik geef je ervoor wat je er maar voor wilt hebben. Alsjeblieft, verkoop hem aan mij."
"Nou dan, hoeveel wil je me geven?"
"Als je hem verkoopt, dan zal ik je driehonderd muntstukken geven."
De oude man ging akkoord en zo werd de koop gesloten; de droom werd verkocht voor driehonderd muntstukken.

Toen hun reis erop zat, ging de man die de droom gekocht had terug naar zijn dorp. Hij deed alsof hij vertrok voor een volgende handelsreis, maar stak in plaats daarvan stiekem over naar het eiland Sado.
Hij reisde rond op het eiland en vond uiteindelijk het landgoed van de choja.

Hij ging naar het huis van de choja en toen de heer des huizes verscheen, zei hij tegen hem: "Ik ben een arme man uit de provincie Echigo. Ik durf het bijna niet te vragen, maar heeft u misschien werk voor me, al is het maar het aanharken van de tuin?"
"Je komt precies op het goede moment," zei de choja. "Ik dacht er net over om iemand aan te nemen voor de tuin. Als je bereid bent om te werken, dan neem ik je in dienst."
En zo gebeurde het dat de man die de droom gekocht had in dienst kwam in de tuin van de choja. Hij deed iedere dag trouw zijn werk, in afwachting van de lente.

De koude winter kwam uiteindelijk ten einde en het werd lente. Het weer werd geleidelijk warmer en warmer, en de tuin was gevuld met bloeiende planten en bomen. De cameliabomen bloeiden ook, maar om een of andere reden waren er alleen rode bloemen. Er was er geen een met witte bloemen.

De jonge man gaf de moed niet op en wachtte geduldig tot het volgende voorjaar. De lente kwam en weer begonnen de bloemen in de tuin te bloeien. Iedere dag ging de jonge man kijken of er ergens een witte camelia bloeide. En op een ochtend vond hij eindelijk één cameliaboom overdekt met witte bloemen. 

De jonge man was dolgelukkig. De volgende nacht stond hij op, overtuigde zich ervan dat niemand hem zag, en ging naar de tuin met een vuurtang in zijn handen. Hij prikte met de tang in de grond aan de voet van de camelia en hoorde  - kotsun kotsun (kling kling) - dat de tang iets hards raakte.

Op die plek begon hij te graven en al gauw zag hij iets wat leek op de deksel van een pot. "Dit is het, dit is het, " juichte hij, toen hij de deksel optilde en een pot vol glinsterend goud zichtbaar werd. Hij nam de pot met goud en gooide het gat weer dicht. Daarna verborg hij de pot op een plek waar niemand hem kon vinden.

Een half jaar ging voorbij. Op een dag ging de jonge man naar de heer van het huis en zei: "U heeft lange tijd goed voor me gezorgd, maar nu moet ik terug naar huis, om de dood van mijn ouders te herdenken. Ik smeek u, laat me alsjeblieft gaan."
"Je hebt me al die tijd trouw gediend. Je mag nu teruggaan," zei de landheer en gaf hem wat geld om de reis te betalen.

De man die de droom gekocht had bedankte zijn meester en pakte de pot met goud. Hij wikkelde die in een doek, zodat het gewone bagage leek, en keerde terug naar de provincie Echigo.
Hij werd een zeer rijke choja en leidde voortaan een comfortabel leven.


Bron: Folktales of Japan, Edited by Keigo Seki. Translated by Robert J. Adams. The University of Chicago Press, 1963

Noot: In Europa is een vergelijkbaar verhaal bekend, over Koning Guntram. Een dienaar ziet een muis uit de mond van de koning komen en op de plek waar de muis verdwijnt wordt een schat gevonden.