zondag 8 april 2012

D is van Dolf

In de maand april neem ik deel aan de A to Z April challenge: iedere dag zal ik een stukje schrijven op mijn blog. Iedere dag een volgende letter,  met iedere dag een held uit een kinderboek of -verhaal, dat mij inspireert of geïnspireerd heeft.
D is van Dolf, in de Middeleeuwen te gast
Met een spijkerbroek aan, die daar niet echt bij past
Ik moest goed nadenken over de D. Dik Trom... ja leuk, maar inspirerend? Niet echt. Dolfje Weerwolfje? Die heeft mijn zoon aan het lezen gekregen, maar niet mij. Ik besloot het eens andersom te proberen: niet beginnen met namen met een D, maar bij de titels van boeken die me zijn bijgebleven. Zo kwam ik bij Kruistocht in Spijkerbroek en hoera, de hoofdpersoon heet Dolf!

Kruistocht in Spijkerbroek van Thea Beckman was de eerste dikke pil die ik las in een reeks boeken van uitgeverij Lemniscaat. Het was groots en meeslepend. Vanaf dat moment las ik alles wat ik in handen kreeg van die uitgever, niet alleen de boeken van Thea Beckman, maar ook van Jan Terlouw en Evert Hartman. Ze waren me allemaal even lief en hoe dikker het boek, hoe liever (en dik waren ze). Lemniscaat stond voor mij destijds synoniem voor urenlang spannend leesplezier.

De meeste van die boeken zijn, net als Kruistocht in Spijkerbroek historische romans. Ik ben ervan overtuigd dat een goed historisch verhaal, vanuit het perspectief van een kind, veel meer effect heeft dan een dozijn geschiedenislessen op school. Wanneer je meeleeft met de hoofdpersoon, onthoud je vanzelf wat er in de betreffende periode is gebeurd. Bovendien kan het de belangstelling wekken om juist nog meer te weten te komen over een bepaalde tijd.

Dat geldt voor boeken, maar ook voor een verteld verhaal. Wanneer ik iemand vertel dat ik verhalenverteller ben, krijg ik vaak een reactie in de trant van: "Mijn meester kon vroeger zo mooi vertellen, vooral met geschiedenis!" Ik ben bang dat het een verdwijnende vaardigheid is onder leerkrachten: ze leren vaak niet of nauwelijks meer vertellen op de PABO en de werkdruk is zo hoog dat er geen tijd is om een verhaal in te studeren. Voorlezen gaat inderdaad sneller, maar heeft veel minder impact.

Ik denk dat daar een rol kan liggen voor beroepsvertellers. Het is wellicht te ambitieus om alle leerkrachten weer aan het vertellen te krijgen, maar een echte verteller kan wel af en toe de plek van de leerkracht innemen. Dat is een kwestie van budget en prioriteiten stellen...

Wat mezelf en historische verhalen betreft: ik sta net aan het begin van een vertelproject voor kinderen in samenwerking met Museum Flehite in Amersfoort, dat in het najaar van start moet gaan. In de komende maanden hoor je meer hierover.

Kinderkruistocht, getekend door  Gustave Doré (1832-1883) (Bron: Wikimedia Commons)