maandag 30 april 2012

Z is van Zeven

In de maand april neem ik deel aan de A to Z April challenge: iedere dag zal ik een stukje schrijven op mijn blog. Iedere dag een volgende letter,  met iedere dag een personage uit een kinderboek of -verhaal, dat mij inspireert of geïnspireerd heeft. 
Z is van Zeven, die vinden een prinses in hun bedden
Maar alleen een echte prins kan haar uiteindelijk redden.
De zeven dwergen van Sneeuwwitje.
Zeven zoons (zeven broers dus) die veranderen in zeven raven.
De wolf en de zeven geitjes.
Zeven dagen in een week.
Een draak met zeven koppen.
Zeven vliegen in een klap.
Klein Duimpje (de kleinste van zeven broers) en de zeven mijlslaarzen

Wat is dat toch met het geval zeven?

zondag 29 april 2012

IJ is van IJzer

In de maand april neem ik deel aan de A to Z April challenge: iedere dag zal ik een stukje schrijven op mijn blog. Iedere dag een volgende letter,  met iedere dag een personage uit een kinderboek of -verhaal, dat mij inspireert of geïnspireerd heeft. 
IJ is van IJzer: als het roest is het lelijk, maar als het glanst is het prachtig
Zo ook IJzeren Hans: hij lijkt een wilde, maar is als een koning zo machtig
Ik las het sprookje van IJzeren Hans (Grimm 136) afgelopen najaar voor het eerst, toen ik in het kader van 200 jaar Grimm eens in de dikke sprookjesbundel dook. Het is vrij lang en (daardoor?) niet erg bekend, maar ik was aangenaam verrast.

zaterdag 28 april 2012

X is van Meneer X

In de maand april neem ik deel aan de A to Z April challenge: iedere dag zal ik een stukje schrijven op mijn blog. Iedere dag een volgende letter,  met iedere dag een personage uit een kinderboek of -verhaal, dat mij inspireert of geïnspireerd heeft. 
X is van Meneer X, zijn naam weet ik (nog) niet
Maar het is zeker, dat hij veel van de wereld ziet
Drie weken geleden schreef ik over Bregje en of ik haar verhaal zou gaan gebruiken voor een voorstelling in de kinderboekenweek. Vorige week heb ik de knoop doorgehakt: ze wordt het niet. In plaats van op Bregje is mijn keus gevallen op... ja, op wie eigenlijk? De hoofdpersoon van het boek van mijn keuze heeft namelijk geen naam. Misschien ga ik die nog wel verzinnen, maar voorlopig is het "Meneer X".

vrijdag 27 april 2012

W is van Willemijn

In de maand april neem ik deel aan de A to Z April challenge: iedere dag zal ik een stukje schrijven op mijn blog. Iedere dag een volgende letter,  met iedere dag een personage uit een kinderboek of -verhaal, dat mij inspireert of geïnspireerd heeft. 
W is van Willemijn, die had tien broers en een kat
Ze dopte voor hen bonen, maar werd dat een keer zat
Willemijn is in het grootste deel van het boek Helden op sokken nog naamloos en wordt dan Zus genoemd. Haar tien broers zijn geweldige jongens. Echte kerels, die elke dag op avontuur gaan, terwijl Zus thuis de boontjes dopt. Maar op een dag heeft Zus er genoeg van en aangemoedigd door de kat en gestimuleerd door de verhalen van haar grootmoeder gaat ze ook op avontuur.

En wat voor avontuur! Aan het eind van het boek blijkt Zus de echte held van het verhaal te zijn en haar broers zijn letterlijk en figuurlijk slechts helden op sokken. Tijdens haar wonderlijke avontuur vindt Zus bovendien haar naam ("Wilde meid?" - nee, Willemijn) én die van haar broers. Daarna wordt alles - uiteraard - anders.

Als ik één kinderboek als favoriet mocht uitzoeken, maakt Helden op sokken van Annie Makkink een goede kans. Het boek kreeg de Gouden Griffel in 1999 en dat vind ik helemaal terecht.

Helden op sokken leest als een sprookje, inclusief de voor sprookjes typische begin- en eindformuleringen - maar dan net anders - en talloze herhalingen en rijmpjes/liedjes. De stijl is meer verteltaal dan schrijftaal. Het had zo een mondeling overgeleverd verhaal kunnen zijn.

Daarnaast zit het boek boordevol met taalgrapjes en woordspelingen. Teveel om op te noemen haast. Veel uitdrukkingen krijgen in het boek bijvoorbeeld een letterlijke betekenis ("het hoofd boven water houden", "voor spek en bonen meedoen", "het hoogste lied zingen").
Delen van het verhaal zijn poëtisch:
"Het is een gevoel van flieren en fluiten.
Van achterstevoren en binnenstebuiten.
 Je kunt het niet zien en je kunt het niet horen.
Je voelt het gewoon op je klompen aan." 
Het poëtische wordt nog versterkt door de typografie, waarbij iedere zin, net als in een gedicht, op een nieuwe regel staat.

De vorm is mooi - ik heb het nog niet eens gehad over de sfeervolle illustraties - maar de inhoud ook! Helden op sokken is namelijk  een ongelooflijk spannend verhaal met bovendien een prachtige diepere laag.
Zus gaat op zoek naar het onbekende en staat open voor ongewone dingen (in tegenstelling tot haar broers, die wél opkijken als de kat praat). Als beloning vindt ze haar naam, Willemijn: haar eigen identiteit dus!

En wat ik stiekem het mooiste vind: Willemijn is de naam die ze van haar grootmoeder heeft gekregen. Dezelfde grootmoeder, die haar oude verhalen vertelde, over de Gelaarsde Kat en Roodkapje en de Boze Wolf. Zo zie je maar weer, wat het effect van sprookjes is...

Ken je het boek nog niet? Ga het dan lezen. En geniet. Nu!
Voorlezen kan ook, vanaf een jaar of vijf.



Helden op sokken door Annie Makkink
Illustraties: Marit Törnqvist
Uitgeverij Querido, 1999
ISBN 90 214 7413 1
€ 16,95


donderdag 26 april 2012

V is van Vos

In de maand april neem ik deel aan de A to Z April challenge: iedere dag zal ik een stukje schrijven op mijn blog. Iedere dag een volgende letter,  met iedere dag een personage uit een kinderboek of -verhaal, dat mij inspireert of geïnspireerd heeft. 
V is van vos, dat sluwe dier
Hij zorgt met zijn streken voor veel leesplezier
Ik had geen bepaalde vos in gedachten, maar de stereotiepe vos zoals die in veel verhalen voorkomt: listig, de ander te slim af, vaak met een kwinkslag.
Eindeloos veel van deze vossen zijn er reeds verschenen in de (jeugd)literatuur: Reinaert de Vos natuurlijk,  en de Fantastische meneer Vos van Roald Dahl, maar ook in de boeken van Max Velthuijs (Kikker) en van Annemarie Bon (Haas) komt hij voorbij. Soms is hij zelf de slimste, soms moet hij het onderspit delven.

De sluwe vos is voor mij bijzonder omdat ik nog precies weet wanneer ik voor het eerst een verhaaltje over hem las. Het was op de lagere school, in de tweede, misschien derde klas (nu groep 4 of 5), tijdens een les begrijpend lezen. Het was de fabel van de Vos en de Raaf, van Jean de la Fontaine (en oorspronkelijk van Aesopus).

In deze fabel ziet Vos de raaf zitten op een tak, met een lekker hapje kaas in zijn snavel. Hij begint de raaf complimentjes te geven over zijn uiterlijk en veronderstelt dat zo'n mooie vogel vast ook een prachtige stem heeft. Raaf voelt zich gevleid en wil zijn stem wel laten horen, maar zodra hij zijn snavel opent valt het stukje kaas en gaat Vos ermee vandoor.

Ik herinner me dat ik het verhaaltje erg grappig vond. Ik herinner me zelfs nog precies hoe het werkboekje er uit zag: donkerblauw met een witte rand en dat ik het leuk vond om de vragen te beantwoorden over de tekst (en makkelijk).

Fabels blijven leuk, mits ze niet al te belerend worden gebracht. Ze kunnen een leuk aanknopingspunt vormen voor discussies met kinderen vanaf een jaar of negen. Een mooie, moderne bundel die je daarvoor kunt gebruiken, een prentenboek eigenlijk, noemde ik al in mijn stukje over Haas: De fabels van Aesopus, van Imme Dros en Fulvio Testa. De illustratie bij bovengenoemde fabel over de Vos en de Raaf (Kraai in deze bundel) siert toevallig de voorkant van het boek.


De fabels van Aesopus
Vertaling: Imme Dros
Illustraties: Fulvio Testa
Uitgeverij Leopold, 2010
ISBN 978 90 258 5704 2
€ 19,95


woensdag 25 april 2012

U is van Uil

In de maand april neem ik deel aan de A to Z April challenge: iedere dag zal ik een stukje schrijven op mijn blog. Iedere dag een volgende letter,  met iedere dag een personage uit een kinderboek of -verhaal, dat mij inspireert of geïnspireerd heeft. 
U is van Uil, die heeft bobbels in zijn bed
en van zijn tranen heeft hij thee gezet
Natuurlijk heb ik het over de uil uit Bij Uil thuis van Arnold Lobel. Ik las het al als kind en moest er  om lachen. Ik las het voor als kleuterjuf, want de taal was eenvoudig genoeg voor allochtone kinderen, en de verhaaltjes nodigen uit om verder te filosoferen. Ik las het voor aan mijn eigen kinderen en we genoten.

Uil is uniek. Hij is grappig en melancholisch, filosofisch en poëtisch. Waar vind je verder nog zo'n personage in een kinderboek?  Tel daarbij de sfeervolle tekeningen en je snapt waarom het boek bekroond werd (Zilveren Griffel én Vlag en Wimpel in 1981).

Ik hou van verhalen, maar ik hou ook van mooie boeken. Ik heb zowel Bij Uil thuis als  Kikker en Pad van dezelfde auteur in de luxe editie, met stoffen omslag. Dat zijn boeken om te liefkozen.


dinsdag 24 april 2012

T is van Taart

In de maand april neem ik deel aan de A to Z April challenge: iedere dag zal ik een stukje schrijven op mijn blog. Iedere dag een volgende letter,  met iedere dag een personage uit een kinderboek of -verhaal, dat mij inspireert of geïnspireerd heeft. 
T is van taart, getekend door Thé
Daar gebeuren vreemde dingen mee
Taart als "personage" voor een verhaal, het kan. Thé Tjong King tekende drie tekstloze prentenboeken over de avonturen rondom een aantal taarten: Waar is de taart, Picknick met taart en Verjaardag met taart. Ik ken zelf alleen de eerste twee delen en vind ze helemaal geweldig.

Dit zijn geen simpele "zoek-het-plaatje"boeken, al lijkt dat op het eerste gezicht wel zo. Het is in de grote kleurige platen inderdaad even zoeken naar de taart, maar zonder woorden weet Thé Tjong King ook echt een verhaal te vertellen, met een begin (er is taart!), een probleem dat opgelost moet worden (taart weg!), een hoop gebeurtenissen met een heleboel personages en een verrassend eind (de taart is niet waar je dacht dat hij was).

De boeken vragen erom om eindeloos opnieuw bekeken te worden, want naast de taarten zitten er ook nog een heleboel andere verhaallijnen in. Alle dieren maken hun eigen avontuurtje mee in de loop van het boek.
En zo zonder tekst, stimuleert het kinderen om zelf het verhaal te vertellen. Mijn jongste zoon vindt deze boeken heerlijk: dit kan hij tenminste "lezen" zonder dat hij de letters hoeft te kennen. En ik geniet mee, van die kleurige platen met heldere lijnvoering en humoristische details: Thé Tjong King is namelijke één van mijn favoriete illustratoren (zijn sprookjesboeken bijvoorbeeld,  zijn ook om te smullen).

Mocht je ook dol zijn op de tekeningen van King: tot eind augustus is er een overzichtstentoonstelling van zijn werk te zien in het Kinderboekenmuseum in Den Haag.


maandag 23 april 2012

S is van Stach

In de maand april neem ik deel aan de A to Z April challenge: iedere dag zal ik een stukje schrijven op mijn blog. Iedere dag een volgende letter,  met iedere dag een personage uit een kinderboek of -verhaal, dat mij inspireert of geïnspireerd heeft.
S is van Stach, de held van Katoren
De koning sterft, als hij wordt geboren
Koning van Katoren van Jan Terlouw is een van die boeken van uigever Lemniscaat - zoals ik in het begin van deze blogreeks al vertelde -  die ik aan het eind van de basisschool verslonden heb. Maar het was anders dan Oorlog zonder vrienden of Het Rad van Fortuin, want het speelde niet in de (historische) werkelijkheid. Het speelde in een fantasieland, met wonderlijke wezens (Vogels van Decibel) en planten (Granaatappelbomen) en een stelletje ministers dat je in werkelijkheid nooit zou tegenkomen.

Koning van Katoren was een sprookje, maar desondanks was het niet minder indrukwekkend. De thema's waren overduidelijk: dit boek ging over geluidsoverlast, luchtvervuiling en andere heel realistische maatschappelijke problemen. Dat zag ik als kind al.

Ondanks de zware thema's was de toon niet zwaar. Ik denk dat het boek mooi laat zien hoe problemen verpakt in een verhaal bespreekbaar gemaakt kunnen worden. Daarnaast blijft het gewoon een heerlijk spannend avontuur met de sympathieke Stach in de hoofdrol. En natuurlijk wordt hij uiteindelijk koning: zo gaat dat in sprookjes.

(Wil je nog een keer van het verhaal van Koning van Katoren genieten? Dan kun je het natuurlijk lezen, maar je kunt het ook beluisteren bij de prachtige voorstelling van verteller Eric Borrias.)


zondag 22 april 2012

R is van Roodkapje

In de maand april neem ik deel aan de A to Z April challenge: iedere dag zal ik een stukje schrijven op mijn blog. Iedere dag een volgende letter,  met iedere dag een personage uit een kinderboek of -verhaal, dat mij inspireert of geïnspireerd heeft. 
R is van Roodkapje, die door het bos moest lopen
Toen ze bij grootmoeder kwam, ging de deur zo open
Ieder kind in Nederland kent Roodkapje. Ik meen zelfs ergens een wetenschappelijk onderbouwd stuk gelezen te hebben, dat Roodkapje het bekendste sprookje is. Zover ik kan herinneren, was het ook een van de eerste sprookjes die ik zelf kende.

En hoewel het zo bekend is, vind ik het nog steeds een van de leukste sprookjes. Het is eenvoudig, goed te vertellen, zelfs voor een kind (zeker aan de hand van een paar plaatjes). En het sprookje heeft natuurlijk die paar beroemde zinnen, die echt iedereen kent: "Trek maar aan het touwtje, dan gaat de deur vanzelf open," en de onnavolgbare reeks "Wat heeft u grote oren/ogen/mond!"

Vooral die drie zinnetjes bij de verklede wolf aan het bed zijn zóóó spannend, dat ze voor menig kind zelfs tè spannend zijn. Mijn jongste zoon (net 6) slaat bij het voorlezen (nog steeds!) steevast Roodkapje over: want die wolf is zo eng!



Little Red Riding Hood, WPA Poster. Bron: Wikimedia Commons

zaterdag 21 april 2012

Q is van Quichot

In de maand april neem ik deel aan de A to Z April challenge: iedere dag zal ik een stukje schrijven op mijn blog. Iedere dag een volgende letter,  met iedere dag een personage uit een kinderboek of -verhaal, dat mij inspireert of geïnspireerd heeft. 
Q is van Quichot, die zichzelf benoemde tot heer
Met zijn schildknaap Sancho Panza, ging hij tegen molens te keer
Eindelijk zijn we aanbeland bij de letter Q en al ruim twee weken probeer ik te bedenken wat ik hier ga schrijven. Iets anders dan Don Quichot schoot me niet te binnen.

Natuurlijk kende ik al sinds mijn kindertijd het verhaal van de maffe heer ("Don" in het Spaans) die windmolens aanzag voor met hun armen zwaaiende reuzen. Toch is het nog maar kort geleden dat ik het hele bijbehorende boek ook heb gelezen.
Het was een van de vele titels in de categorie "moet ik ooit nog eens lezen" en tijdens de laatste kinderboekenweek kocht ik vrij impulsief de recente bewerking van Rosa Navarro Durán.

Ik moet bekennen dat bij mijn spontane aanschaf  de mooie vormgeving en de vele, strip-achtige illustraties geen onbelangrijke rol speelden. Maar ik heb het ook gelezen! Helemaal. Dat viel eerlijk gezegd nog niet mee.
De taal is toegankelijk en de verhalen zijn grappig. Maar persoonlijk vind ik het een beetje teveel van het goede. Als Don Quichot ondanks de wanhopige pogingen van zijn trouwe schildknaap voor de zoveelste keer in het stof moet bijten, dan weet je het wel. Ik kan me voorstellen dat kinderen het wèl grappig blijven vinden.
Je moet ook niet vergeten dat het boek al in1605 is verschenen. Misschien zijn we tegenwoordig gewoon verwend, en is het allemaal spannender en afwisselender dan vierhonderd jaar geleden.

Grappig is dat in het boek ook het tweede - later geschreven deel - is opgenomen. Cervantes maakt in het tweede deel gebruik van het feit dat het eerste boek inmiddels bekend is in Spanje en beschrijft hoe daardoor (de fictieve!) Don Quichot tijdens zijn avonturen als een bekend persoon wordt bejegend. Dat zorgt voor een andere sfeer in het verhaal en maakte het, samen met de sprekende tekeningen, voor mij net weer boeiend genoeg om het boek uit te lezen.


Don Quichot door Miguel de Cervantes
Bewerking: Rosa Navarro Durán
Illustraties: Francesc Rovira
Uitgeverij Tutti, 2011
ISBN 9789409139179 (paperback)


vrijdag 20 april 2012

P is van Poeh

In de maand april neem ik deel aan de A to Z April challenge: iedere dag zal ik een stukje schrijven op mijn blog. Iedere dag een volgende letter,  met iedere dag een personage uit een kinderboek of -verhaal, dat mij inspireert of geïnspireerd heeft.
P is van Poeh, het beertje dat dol is op honing
In het Honderd-Bunders-Bos heeft hij zijn woning
 Wie kent Winnie de Poeh niet? Als je regelmatig kinderen om je heen hebt, kun je hem bijna niet missen: op shirts, op tassen, op serviesgoed, als knuffel, als kleurplaat en o ja, ook nog in een boek.

Sinds de goeiige beer - die altijd wel in is voor een hapje van het een of ander - is geadopteerd door  de tekenfilmfabriek van Walt Disney, zou je haast vergeten dat het een personage is uit een boek. Een behoorlijk oud boek zelfs, want de eerste editie kwam in Engeland uit in 1926. Voor die tijd is het een modern boek: niet belerend en vanuit het perspectief van de volwassene die weet hoe het hoort, maar vanuit de belevingswereld van een jong kind. Of eigenlijk: de knuffel van dat kind.

Een jaar of twee geleden besloot ik - ietwat onvoorbereid - het boek voor te lezen aan mijn kinderen, toen 4 en 6 jaar oud, en kwam tot de conclusie dat het eigenlijk veel te moeilijk was. Vooral het eerste hoofdstuk, waarin de verteller in dialoog is met Christopher Robin, was geen doorkomen aan. De avonturen van Poeh waren wel weer leuk, maar veel van de taalgrapjes gaan aan kinderen voorbij. Juist die taalgrapjes maken het boek voor mij aantrekkelijk en daarom vind ik  het Engels origineel trouwens ook leuker dan de Nederlandse vertaling (een "Heffalump" is toch spannender dan een "Klontemiggel"?).
Het boek staat vol verwarrende situaties rondom woorden en spelling (de "Northpole" is helemaal geen "pole" en Bizy Backson is geen persoon!): die zijn erg komisch en bovendien zeer herkenbaar voor ouders of leerkrachten van kinderen die net kennis maken met de wondere wereld van taal en lezen.

Je zult het me niet gauw horen zeggen, maar voor kleuters is in dit geval de filmversie beter. Dan zijn het gewoon de leuke, kleine, aangenaam spannende maar niet enge avontuurtjes, zoals een kleuter ze zelf meemaakt.
Het boek lees ik dan wel nog een keer voor mijn eigen plezier. In het Engels. Met die mooie oude pentekeningetjes.


 
 

donderdag 19 april 2012

O is van Odysseus

In de maand april neem ik deel aan de A to Z April challenge: iedere dag zal ik een stukje schrijven op mijn blog. Iedere dag een volgende letter,  met iedere dag een personage uit een kinderboek of -verhaal, dat mij inspireert of geïnspireerd heeft.
O is van Odysseus,  die leefde millenia geleden,
Maar blijft een voorbeeld voor helden tot op heden
Vanaf de vijfde klas van het Gymnasium stond op mijn boekenlijst een enorme pil: de Illias en Odyssee van Homerus - in het Grieks dus. Onze docenten klassieke talen hadden de gewoonte om met de ene eindexamenklas delen van de Ilias te vertalen en met de klas in het jaar daarop delen van de Odyssee.

Helaas behoorde ik tot de lichting die aan de Illias mocht werken. Hoeveel liever had ik dat urenlange geploeter gewijd aan het vertalen van het verhaal der verhalen, de Odyssee. Een spannend reisverhaal was toch veel leuker dan de beschrijving van een veldslag? Wat konden mij die listen schelen waarmee ze de Trojanen wilden overwinnen? Cyclopen en Sirenen en andere fantastische wezens wou ik hebben!

Het is niet meer goed gekomen: tot na mijn eindexamen had ik een grondige hekel aan het vak Grieks (maar ik heb het gehaald met een voldoende) en dat enorm dikke - en dure - boek was het eerste dat ik verkocht op de tweedehandse-boekenmarkt. Uit mijn ogen, weg ermee!

Maar, leve het cliché, de wijsheid komt met de jaren. De laatste tijd betrap ik mezelf er wel eens op dat ik zou willen dat ik dat boek nog had. Waarschijnlijk kan ik amper nog een woord vertalen, maar gewoon, voor de heb.
En eigenlijk... eigenlijk wordt het ook wel eens tijd dat ik die Illias en Odyssee een keer helemaal lees, in het Nederlands dus. Want met het schaamrood op mijn wangen moet ik bekennen dat ik dat nog nooit gedaan heb. Zelfs die veelgeprezen bewerking van jeugdboekenschrijfster Imme Dros niet.

Een beetje verhalenverteller moet toch de Odysseus kennen, of niet? Het is hèt prototype verhaal van de held die erop uittrekt, zijn problemen overwint en ouder en wijzer thuiskomt. Ik ken alleen maar fragmenten. Daar moet maar eens verandering in komen. En dan moet ik gelijk ook maar de vorig jaar bekroonde moderne versie van Simon van der Geest erbij nemen, al was het maar voor die geestige tekeningen van Jan Jutte.