woensdag 27 juli 2011

Vakantieverhaal: Sinterskelettus?

De eerste weken van mijn zomervakantie bracht ik door op een camping in de Duitse Eifel, vlakbij Monschau. Op het programma stond onder andere een bezoek aan de stad Aken, die in de vroege middeleeuwen zetel (palts) was van keizer Karel de Grote. Tot mijn achttiende heb ik aan de Nederlandse kant van de grens bij Aken gewoond, maar de stad nooit als "toerist" bezocht: zo gaat dat nu eenmaal als je er vlakbij woont.

Maar nu had een goede vriend, die tot voor kort in Aken woonde, zich opgeofferd om een middag als stadsgids te fungeren. Uiteraard hebben we alle highlights van de stad gezien, zoals de (naar zwavel stinkende) warmwaterbronnen, stadhuis en de Dom, en kwamen we langs talloze fonteinen en kunstwerken die de stad sieren. Eén daarvan was onderstaand muurreliëf, dat begrijpelijkerwijs sterk tot de verbeelding sprak van onze kinderen van 5 en 7: dat zijn Sinterklazen!



Onze gids moest helaas in gebreke blijven toen we vroegen waarom die "sinterklazen" als skeletten uitzagen. Mijn vijfjarige zoon pakte het echter luchtig op: "Gewoon, dat zijn twee sinterklazen die terug zijn gekomen uit de hemel." Tja...

Gelukkig is mama verhalenverteller en duikt ze tijdens elke vakantie wel een boekhandel in om een verhalenbundel uit de regio mee naar huis te nemen als souvenir. Zo ook deze keer, en warempel, in het boekje met sagen en sprookjes uit Aken staat vrijwel dezelfde foto als hierboven mét bijbehorend verhaal:
Monulphus en Gondulphus

Toen Keizer Karel als overwinnaar terugkwam van zijn laatste grote veldtocht naar Saksen, werd dat groots gevierd. Hij had de Saksen niet alleen maar onderworpen, maar ook nog goede christenen van ze gemaakt. De keizer was in opperbeste stemming, maar wat hem nog meer plezierde was dat de bouw van zijn hofkapel, het Münster, ondertussen was voltooid. Kosten noch moeite werden gespaard om de kapel in te richten.

Nu moest het godshuis alleen nog zo snel mogelijk worden ingewijd. Daartoe werd in het jaar 804 paus Leo III gevraagd naar Aken te komen en iedereen van rang en stand werd uitgenodigd om bij de plechtigheid aanwezig te zijn. Bovendien was het de wens van de keizer dat er 365 bisschoppen aanwezig zouden zijn bij het feest - voor iedere dag van het jaar één.

De dag voor het feest bleek echter, dat zich nog maar 363 bisschoppen in Aken verzameld hadden: twee te weinig dus. Het mag duidelijk zijn dat dit de keizer helemaal niet beviel. Maar gelukkig was onze lieve Heer de keizer welgezind en gaf Hij een engel opdracht om de keizer een gunst te bewijzen.

In de krypte van de Sint Servaaskerk in Maastricht lagen twee heilige bisschoppen begraven: Monulphus en Gondulphus. In de nacht voordat de Münsterkerk gewijd zou worden, verscheen de engel in de krypte en riep met luide stem: " Monulphus en Gondulphus, sta op en ga naar Aken, waar de Münsterkerk wordt ingewijd!" En werkelijk, de twee rezen op uit hun graf en gingen in vol ornaat op pad.

De twee haastten zich met zo'n vaart door de Jacobsstraße omlaag naar het Münster, dat hun knoken ervan klepperden. Het volk, dat zich om het Münster had verzameld, kon het duidelijk horen. Groot was de verbazing, toen de twee het Münster betraden en op de twee voor hen gereserveerde stoelen plaatsnamen. De vreugde van de keizer was onbeschrijflijk. Nu kon de heilige viering toch beginnen! Tijdens een feestelijke ceremonie wijdde paus Leo III de paltskapel in en wijdde haar volgens de uitdrukkelijke wens van de keizer aan de heilige moeder Maria.

Toen het feest 's avonds was afgelopen, verlieten de twee heiligen de stad, om zich in Maastricht weer te ruste te leggen. Het straatje, vlakbij het Münster, waar het volk de klepperende knoken gehoord heeft, heet sindsdien "Klappergasse" (= kleppersteeg) en de afbeelding in de steeg herinnert aan het wonder van meer dan twaalfhonderd jaar geleden.
Bron verhaal: "Aachener Sagen und Märchen", door Öcher Platt e.V., Aachen, 2005
Vertaling/bewerking: Melanie Plag