vrijdag 23 april 2010

Ik zie ze weer vliegen...

... de vliegtuigen.
En stiekem vind ik dat een beetje jammer. Niet alleen omdat ik die strak blauwe lucht zonder strepen zo mooi vond, maar omdat ik wel benieuwd was wat er zou gebeuren als dit heel lang zou gaan duren.

Al de tweede dag van de het vliegverbod begon het. Terwijl op televisie en in de krant allerlei economische doemscenario's geschilderd werden, zag ik voor me hoe de uitbarsting van de Eyjafjallajökull - die naam klinkt al zo sprookjesachtig - aanleiding zou zijn voor een bezinning op een duurzamere economie.
Doordat vliegen voorgoed een riskante onderneming zou zijn op het Noordwestelijk halfrond zou er gezocht moeten worden naar nieuwe manieren van transport en andere bronnen van inkomsten. In plaats van voedsel en bloemen van over de hele wereld zouden we weer meer aangewezen zijn op wat er lokaal te halen valt. Er zouden creatieve geesten opstaan, die de mogelijkheden zagen van de veranderde situatie, in plaats van de belemmeringen. Het bedrijfsleven zou een krachtige innovatieve impuls krijgen, waarbij onontkoombaar sommige oudgedienden zouden sneuvelen, maar we uiteindelijk allemaal beter af zouden zijn. De mensheid door de natuur gedwongen door de knieën te gaan: prachtig toch?

Na een paar dagen begonnen de persoonlijke verhalen zich te mengen met de berichten over bedorven handelswaar en miljoenenverliezen voor luchtvaartbedrijven. Te zien was hoe schrijnend de situatie was voor sommige gestrande reizigers: ouders die niet naar hun kinderen konden, kinderen die niet naar hun ouders konden, overledenen wachtend in het mortuarium voor transport, familieleden van overledenen die de begrafenis misten, zieken zonder medicijnen.
Desondanks kon de verhalenverteller in me het niet laten ook hierover verder te fantaseren: wat zou zich afspelen in de hoofden van al die wachtende mensen? Hoelang zouden ze geduldig blijven en wanneer zou de knop om gaan en ze óf door het lint gaan óf zich aanpassen en wat anders gaan doen? Ik geef eerlijk toe dat die fantasieën niet altijd even realistisch waren:
  • de gestresste manager die in het Verre Oosten strandt en na weken van gedwongen niets doen besluit zich aldaar te vestigen in een Boeddhistisch klooster.
  • de naïeve jongeling die besluit op de bonnefooi naar huis te gaan, al liftend een maandenlange wereldreis maakt en letterlijk wereldwijs thuiskomt.
  • de romance die opbloeit tussen twee wachtenden in de vertrekhal.
  • de charmante zakenreiziger die besluit zich voorlopig te vestigen bij zijn geheime minnares en vervolgens in gewetensnood komt wanneer de vluchten tòch weer hervat worden.
  • familieleden die schijnbaar voor altijd gescheiden zijn, een nieuw leven oppakken en elkaar na decennia door toeval weer ontmoeten.
Er is vast nog veel meer te verzinnen, maar inmiddels vliegen de vliegtuigen weer. Geliefden worden herenigd en de personages uit mijn gedachten blijven voor altijd fictief. Europa is weer overgegaan tot de orde van de dag. en ik zal me ook maar weer concentreren op mijn gebruikelijke repertoire. Het was een mooi intermezzo.