maandag 26 april 2010

Brede scholen worden breder

Al meer dan een decennium zijn de zogeheten brede scholen bezig aan een opmars, onder een veelheid aan namen: vensterschool, forumschool, ABC-school.

Een brede school wil niet alleen een onderwijsinstelling zijn, maar een centrum waar kinderen (en ouders) van 8 tot 8 terecht kunnen voor onder andere opvang, onderwijs, opvoedingsondersteuning en culturele of sportieve activiteiten.
De eerste brede scholen ontstonden met name in achterstandswijken, omdat kinderen in een achterstandsituatie meer zouden profiteren van een zo breed mogelijk aanbod. Scholen zochten vooral samenwerking met partners als de sector welzijn (VVE/peuterspeelzaalwerk, opvoedingsondersteuning) en sport ("kinderen van de straat houden").

Een tijdje terug stelde het kabinet zich ten doel 1200 van deze brede scholen gerealiseerd te hebben in 2011. Dit doel is makkelijk gehaald: al in 2009 waren er 12oo brede scholen in het basisonderwijs en nog eens 400 in het voortgezet onderwijs. 88% van de gemeenten heeft een brede school binnen zijn grenzen en dit zijn niet meer alleen achterstandsscholen in de grote stad. Brede scholen zijn overal te vinden: in de randstad en in de provincie, in achterstands- en in nieuwbouwwijken, aldus een rapport van onderzoeksbureau Oberon. Oberon ondersteunt gemeenten nu, om in 2011 het aantal van 1500 brede basisscholen te halen .

Oberon signaleert ook een trend van onderwijsachterstandenbestrijding naar talentenontwikkeling. Tweederde van de brede scholen wil een programma ter verrijking en verdieping van het onderwijs aanbieden.
Het aanbod van de brede scholen is bovendien steeds gevarieerder geworden, met aanbod op het gebied van sport & bewegen, kunst & cultuur, educatie, zorg, techniek, multimedia
en diverse vormen van voorschoolse-, tussenschoolse en naschoolse opvang. Elk van deze disciplines biedt weer een scala aan activiteiten, zoals clinics van sportverenigingen, musicalproducties,exposities, huiswerkbegeleiding, natuurtochten, weerbaarheidstrainingen,
voedingslessen, websites bouwen en techniekdagen. Deze activiteitenprogramma’s staan niet
los van het reguliere onderwijs.

Al met al geloof ik dat dit een goede ontwikkeling is. Zeker wanneer kinderen afhankelijk zijn van opvang in verband met werkende ouders, lijkt het me prachtig dat ze - liefst nog binnen één gebouw - kunnen kiezen uit een aanbod van naschoolse activiteiten en niet van hot naar her hoeven te rennen.

Ik vraag me eigenlijk af of er al een brede school is die zich profileert met een aanbod gericht op schrijven, lezen en - natuurlijk - vertellen? Toevallig sprak ik eerder deze week met de eigenaar van een kinderboekenwinkel, die er een warm pleidooi voor deed dat leesclubs in een school net zo gewoon worden als voetbalclubs. Als er zo'n "literaire" school komt (of is) hou ik me daarvoor in ieder geval graag aanbevolen!

vrijdag 23 april 2010

Ik zie ze weer vliegen...

... de vliegtuigen.
En stiekem vind ik dat een beetje jammer. Niet alleen omdat ik die strak blauwe lucht zonder strepen zo mooi vond, maar omdat ik wel benieuwd was wat er zou gebeuren als dit heel lang zou gaan duren.

Al de tweede dag van de het vliegverbod begon het. Terwijl op televisie en in de krant allerlei economische doemscenario's geschilderd werden, zag ik voor me hoe de uitbarsting van de Eyjafjallajökull - die naam klinkt al zo sprookjesachtig - aanleiding zou zijn voor een bezinning op een duurzamere economie.
Doordat vliegen voorgoed een riskante onderneming zou zijn op het Noordwestelijk halfrond zou er gezocht moeten worden naar nieuwe manieren van transport en andere bronnen van inkomsten. In plaats van voedsel en bloemen van over de hele wereld zouden we weer meer aangewezen zijn op wat er lokaal te halen valt. Er zouden creatieve geesten opstaan, die de mogelijkheden zagen van de veranderde situatie, in plaats van de belemmeringen. Het bedrijfsleven zou een krachtige innovatieve impuls krijgen, waarbij onontkoombaar sommige oudgedienden zouden sneuvelen, maar we uiteindelijk allemaal beter af zouden zijn. De mensheid door de natuur gedwongen door de knieën te gaan: prachtig toch?

Na een paar dagen begonnen de persoonlijke verhalen zich te mengen met de berichten over bedorven handelswaar en miljoenenverliezen voor luchtvaartbedrijven. Te zien was hoe schrijnend de situatie was voor sommige gestrande reizigers: ouders die niet naar hun kinderen konden, kinderen die niet naar hun ouders konden, overledenen wachtend in het mortuarium voor transport, familieleden van overledenen die de begrafenis misten, zieken zonder medicijnen.
Desondanks kon de verhalenverteller in me het niet laten ook hierover verder te fantaseren: wat zou zich afspelen in de hoofden van al die wachtende mensen? Hoelang zouden ze geduldig blijven en wanneer zou de knop om gaan en ze óf door het lint gaan óf zich aanpassen en wat anders gaan doen? Ik geef eerlijk toe dat die fantasieën niet altijd even realistisch waren:
  • de gestresste manager die in het Verre Oosten strandt en na weken van gedwongen niets doen besluit zich aldaar te vestigen in een Boeddhistisch klooster.
  • de naïeve jongeling die besluit op de bonnefooi naar huis te gaan, al liftend een maandenlange wereldreis maakt en letterlijk wereldwijs thuiskomt.
  • de romance die opbloeit tussen twee wachtenden in de vertrekhal.
  • de charmante zakenreiziger die besluit zich voorlopig te vestigen bij zijn geheime minnares en vervolgens in gewetensnood komt wanneer de vluchten tòch weer hervat worden.
  • familieleden die schijnbaar voor altijd gescheiden zijn, een nieuw leven oppakken en elkaar na decennia door toeval weer ontmoeten.
Er is vast nog veel meer te verzinnen, maar inmiddels vliegen de vliegtuigen weer. Geliefden worden herenigd en de personages uit mijn gedachten blijven voor altijd fictief. Europa is weer overgegaan tot de orde van de dag. en ik zal me ook maar weer concentreren op mijn gebruikelijke repertoire. Het was een mooi intermezzo.

zaterdag 17 april 2010

De energie van vertellen en voorlezen

Ik ben verhalenverteller.
Dat klinkt eenvoudig, maar toch moet ik vaak uitleggen wat ik precies doe. Nee, ik ben geen schrijver: alhoewel ik ook wel eens zelf wat schrijf, gebruik ik meestal bestaaande verhalen, al dan niet aangepast. En nee, dat is niet hetzelfde als voorlezen. Ik doe het uit mijn hoofd, ja. Hoe? Dat weet ik ook niet precies: het verhaal zit gewoon in me. Ik heb het me eigen gemaakt. Soms inderdaad met veel studeren en repeteren, maar vaak gaat het ook bijna vanzelf.

In dat laatste zit de essentie: het verhaal is van mij. Ik vertel het met mijn woorden en mijn emoties. Ik beleef het opnieuw op het moment dat ik het vertel. En dat niet alleen: het publiek beleeft het verhaal met mij. De luisteraar vormt aan de hand van mijn woorden en bewegingen zijn eigen beeld, ervaart dezelfde gebeurtenissen, voelt dezelfde emoties. Het is een gezamenlijke belevenis.
Dat is wat vertellen zo mooi maakt. Dat is de grote meerwaarde van vertellen boven voorlezen: het gevoel van saamhorigheid, de energie tussen verteller en luisteraar.

Het kost me altijd veel moeite om dit duidelijk te maken aan mensen die het nog nooit hebben meegemaakt. En als het gaat om vertellen aan kinderen, haal ik er dan ook nog allerlei meer practische argumenten bij: dat er meer interactie is, dat het gemakkelijker is om het niveau aan te passen, goed voor de taalontwikkeling en zo. Maar de essentie ligt bij het intermenselijk contact: een verhaal dat mooi is voorgelezen begrijp je, maar een verhaal dat goed is verteld voel je.

Natuurlijk begrijp ik dat er, zeker in het onderwijs, niet altijd tijd is om te vertellen. Het vraagt behoorlijk wat voorbereiding en een boek is zo even gepakt om voor te lezen. Daarom is er niets mis met voorlezen: daar leren kinderen veel van - zeker als het goed voorbereid en interactief gedaan wordt - en het kan zeker ook heel gezellig zijn. Ik vind het alleen zo jammer dat voorlezen de norm is geworden en vertellen de uitzondering. Bij voorlezen ligt de nadruk meer op het verhaal, de inhoud, en minder op de communicatie en het menselijk contact.
Vertellen en voorlezen bijten elkaar echter niet. Het zijn twee verschillende technieken, die allebei een bijdrage kunnen leveren aan de taalontwikkeling en ontluikende geletterdheid van kinderen. Dat is één van de redenen dat ik in deze blog en in mijn nieuwsbrief behalve aan vertellen ook regelmatig aandacht besteed aan interessante activiteiten rondom voorlezen.

In de loop van deze week stuitte ik echter op een voorleesproject van het Spraakfonds, waarbij ik na het lezen van de doelstellingen me eens goed achter de oren krabde.
Het Spraakfonds is een organisatie in het noorden van het land, die zich inzet voor de bevordering van spraak- en taalontwikkeling van kinderen. Vanuit een achtergrond in de logopedie probeert men samen met o.a. gemeenten en onderwijs- en kinderopvanginstellingen taalachterstanden tegen te gaan. Momenteel is het Spraakfonds aan het lobbyen voor een subsidie voor een nieuw project, waarbij ouderen via een beeldtelefoon gaan voorlezen aan (al dan niet eigen klein-)kinderen. Dit moet, zoals gebruikelijk bij voorlezen, de geletterdheid van de kinderen bevorderen, maar bovendien er ook voor zorgen dat ouderen niet in een isolement raken.

Het wil er bij mij niet in. Iedereen die mij enigszins kent weet dat ik leesbevordering altijd een warm hart heb toegedragen en dat ik bovendien niet vies ben van moderne technologie. Maar bij dit project is men naar mijn idee toch iets te ver doorgeschoten. Hoe zit het met het intermenselijk contact, om het maar even zo te noemen?
Voorlezen betekent toch ook even gezellig op schoot kruipen en genieten? Dat lijkt me lastig via een beeldtelefoon. En die oudere die in een isolement dreigt te raken: is die echt gebaat bij contact via een electronisch apparaat? Zou die niet veel liever zo'n hummeltje op bezoek krijgen met een mooi voorleesboek?

Ik weet het niet. Misschien ben ik wel te sceptisch. Vooralsnog zie ik veel meer in projecten waarbij kinderopvang en verzorgingstehuis samenwerken en elkaar wederzijdse bezoekjes brengen, waarbij voorgelezen en gezongen wordt, zoals gebruikelijk was op het kinderdagverblijf van mijn eigen kinderen.
Het gaat om mensen, en die willen elkaar horen, zien en voelen. In het echt alsjeblieft. Als daarbij nog een verhaal voorgelezen of verteld wordt, is dat mooi meegenomen.

Toevoeging: Daags na het publiceren van dit artikel had ik toevallig telefonisch contact met de initiatiefneemster van dit project. Uit het (korte) gesprek bleek o.a. dat het idee met name is ontstaan doordat veel grootouders te ver weg woonden van hun kleinkinderen om ze vaak te bezoeken. Dat klinkt toch al een stuk aannemelijker als argument, en zo blijkt maar weer dat "real life" menselijke communicatie een stuk helderder is dan alleen maar online ;-)

vrijdag 9 april 2010

Boeken, lezen en véél meer!

In eerdere berichten over de Leespluim van de maand - voor mei gaat deze naar het prentenboek "Aan tafel" - heb ik al vaker verwezen naar de website Leesplein. Op deze website is echter veel meer te vinden dan nieuws over nieuwe en onderscheiden boeken. Het is een onschatbare bron van informatie voor iedereen die geïnteresseerd is in kinderboeken: kinderen, ouders en beroepskrachten.

Voor kinderen
Kinderen kunnen informatie zoeken over schrijvers, zelf een boekverslag schrijven of een spelletje of quiz doen. Per leeftijdscategorie is er een apart onderdeel op de site en de vormgeving is ook aantrekkelijk voor kinderen. Voor kinderen die al zelf kunnen lezen is er een hoop te doen, maar de spelletjes voor peuters/kleuters vind ik erg magertjes.

Boeken zoeken
Een belangrijk onderdeel van de site is een database waarin je boeken kunt zoeken op titel, auteur of onderwerp. In de onderdelen voor peuter en kleuters (Voorleesplein) en voor ouders en beroepskrachten (Laten Lezen) is er bovendien een link opgenomen naar Boek en Jeugd Online. Dit is de online versie van de bekende gedrukte gidsen, die al vanaf 1965 worden gepubliceerd. Alle boeken die in de gidsen vanaf 2003 zijn te vinden staan nu in de database, met uitzondering van de meest recente uitgave. Je kunt Boek en Jeugd Online overigens ook rechtstreeks bezoeken op www.boekenjeugdgids.nl .

Projectenbank
Voor beroepskrachten is er op de site een databank met projecten op het gebied van leesbevordering en taalstimulering. Je kunt zoeken op doelgroep en werkvorm (lezen, schrijven, poëzie, drama). Ik was blij verrast om te zien dat vertellen er ook bij staat en ben uiteraard al bezig om ook vermeld te worden.
Daarnaast is er een aparte database waarin je kunt zoeken naar projecten en/of boeken met meertalig materiaal.

Al met al een schat aan informatie, die ook goed up to date wordt gehouden. Maak er gebruik van!

donderdag 1 april 2010

StoryAwards

Ongeveer twee maanden geleden werd me gevraagd of ik mee wilde werken aan het project StoryAwards. Toevallig had ik er al over gelezen in de krant en ik was gelijk enthousiast. StoryAwards is een schrijfwedstrijd voor jongeren in en rondom Amersfoort en ik werd benaderd om de winnende verhalen voor te dragen. Leuk! Het past mooi in mijn missie om verhalen vertellen meer onder de aandacht te brengen bij de jeugd. Verhalen schrijven ligt naar mijn mening aardig in het verlengde. Doen dus.

Spannend vond ik het wel. Sinds ik ben begonnen met vertellen heb ik me, mede door mijn achtergrond als kleuterleidster, vooral gericht op jonge kinderen. Ik hou van de spontaniteit en ontvankelijkheid van peuters en kleuters. Oudere kinderen, en zeker pubers en jongeren, zijn kritischer en afwachtender en ik vind het soms best moeilijk om mezelf daarbij een houding te geven. Nu moest ik dus gaan optreden voor een zaal vol middelbare schooljeugd. Zou ik die wel genoeg kunnen boeien? En dan ook nog met een verhaal dat ik bij het accepteren van de opdracht niet eens kende?

Want dat was een andere spannende factor: normaal kies ik zelf mijn verhalen (sterker nog: vertellers willen nogal eens zeggen dat het "verhaal jou kiest") en nu zou ik het moeten doen met twee verhalen die pas een week van tevoren bekend gemaakt zouden worden. Dat maakte me eerlijk gezegd behoorlijk zenuwachtig , want een week voor het instuderen van twee verhalen is tamelijk aan de krappe kant.

Vorige week vrijdag was het zover: gedurende een galadiner in Leerhotel Het Klooster te Amersfoort zouden de prijswinnaars bekend gemaakt worden en zou ik samen met collega Matthijs Brandsma de drie winnende verhalen voordragen. Het was geweldig.
De avond verliep in een heerlijk ontspannen sfeer - behalve voor de genomineerden wellicht, die behoorlijk gespannen waren - , het eten was lekker en de optredens gingen (vrijwel) vlekkeloos.
Het verhaal uit de oudste categorie, Lillyville was weliswaar een prachtig verhaal en terecht de winnaar van die leeftijdscategorie, maar had ons behoorlijk wat hoofdbrekens gekost om het "vertelbaar" te maken. Het resultaat mocht er toch zijn, denk ik: je kon een speld horen vallen tijdens de voorstelling.

Het leukste was misschien wel dat de schrijvers van de betreffende verhalen tijdens het vertellen naast me op het podium zaten: hoe vaak maak je dat nou mee als verteller? Als die schrijver bovendien een stralend achtjarig jongetje is, dan doet je dat toch wel iets.
Al met al was het een geweldige ervaring, die weer veel nieuwe energie en inspiratie oplevert. Mijn complimenten voor de deelnemende schrijvers en de organisatoren Maarten van Norren, Feike Faase en de rest van het team, dat uiteindelijk voor zo'n geslaagde avond heeft gezorgd.

De door mij vertelde verhalen Lillyville (Linda Mulders) en Groen in Gevaar (Wouter Stoter) kun je downloaden op de pagina van StoryAwards. Maar je mag me natuurlijk ook boeken voor een herhaling van de voorstelling ;-)


Melanie vertelt Lillyville, terwijl Linda Mulders toekijkt