vrijdag 12 maart 2010

Verhalen van alle tijden

Het kabinet is gevallen, de gemeenteraadsverkiezingen zijn voorbij en de politiek is het gesprek van de dag: maar niet altijd met even veel respect voor de heren en dames politici. Daarmee is niks nieuws onder de zon, zoals wel blijkt uit onderstaand verhaaltje dat ik gisteren toevallig tegenkwam en dat is opgetekend in 1907:

Acht vingers in de koestront

De gemeenteraad van het dorp vergaderde en de burgemeester telde de raadsleden.
"Vreemd," zei hij, "ik tel maar zeven man en toch moeten we met zijn achten zijn, de secretaris meegerekend."
De secretaris telde op zijn beurt de raadsleden, zonder zichzelf mee te tellen. Ook hij telde maar zeven aanwezigen.
Toen kreeg de burgemeester een heldere gedachte. Men zou zijn vinger in een plak koestront steken, die voor de deur van het gemeentehuis lag. Dan hoefden ze alleen de gaatjes te tellen.
Iedereen stapte naar buiten en stak zijn vinger in de plak. Men telde de gaatjes. Het waren er acht. De gemeenteraad was voltallig.

Bron: Sprookjes van de Lage Landen, bijeengebracht en bewerkt door Eelke de Jong en Hans Sleutelaar, Uitgeverij De Bezige Bij, 2004 (oorspronkelijke uitgave 1972)